Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zweet - (transpiratie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

zweet zn. ‘transpiratie’
Mnl. sweet, in de spelling swet [1240; Bern.], in dat man vontsiiet den sweet ‘dat men bang is voor zweet’ [1270-90; VMNW], Ouer dansichte liep hem dat swet ‘het zweet liep over zijn gezicht’ [1290; VMNW].
Os. swēt (mnd. swēt); ohd. sweiz (nhd. Schweiß); nfri. swit; oe. swāt (ne. sweat o.i.v. het ww.); on. sveiti (nzw. svett); alle ‘zweet’, < pgm. *swaita-. In de oude taalfasen (en nog steeds in jagersjargon) komt ook de afgeleide betekenis ‘bloed’ voor.
Hierbij ook de afleiding *swaitijan- ‘zweten’ (ook wel ‘bloeden’), waaruit: mnl. sweten [1240; Bern.]; mnd. sweten; oe. swǣtan (ne. sweat); on. sveitast (nzw. svettas). Of hierbij ook nhd. schweißen ‘lassen’ (< ohd. sweizen ‘braden, roosteren’) hoort, is onzeker. Een ablautende afleiding van *swaita- is ohd. swizzen ‘zweten’ (nhd. schwitzen).
Verwant met: Latijn sūdor ‘zweet’, sūdāre ‘zweten’; Grieks hidrõs ‘zweet’, ĩdíein ‘zweten’; Sanskrit svéda- ‘zweet’, svedate ‘zweten’; Lets svîst; Welsh chwys ‘zweet’; Armeens kʿirtn ‘zweet’; Albanees djersë ‘zweet’, djers ‘zweten’; Tochaars B sy- ‘zweten’; < pie. *sueid-, *suoid-, *suid- ‘gaan zweten’ (LIV 607).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zweet znw. o., mnl. sweet o.m., os. swēt, ohd. sweiʒ m. (nhd. schweiss), ofri. swēt m., oe. swāt o. (ne. sweat naar het ww.), on. sveiti ‘zweetʼ, soms ook ‘bloedʼ. — Afl. van zweten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zweet znw. o., mnl. sweet o. m. = ohd. sweiʒ m. (nhd. schweiss), os. swêt (m.?), ofri. swêt m., ags. swât o. (eng. sweat met ea naar to sweat), on. sveiti m. “zweet”, in sommige talen ook “bloed”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zweet o., Mnl. sweet, Os. swêt + Ohd. sweiʒ (Mhd. id., Ohd. schweisz), Ags. swát (Eng. sweat), Ofri. swét, On. sveiti (Zw. svett, De. sved): Germ. wrt. swīt + Skr. svedas, Gr. hidrṓs (d.i. *swidros), Lat. sudor, We.. chwys, Lett. swedri: Idg. wrt. su̯ei̯d.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1sweet s.nw.
Vog wat in druppels op die vel uitslaan.
Uit Ndl. zweet (1546).
Eng. sweat (1375).

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

In het zweet zijns aanschijns, met harde arbeid, met zware (fysieke) inspanning.

Wanneer Adam en Eva gezondigd hebben in het paradijs heeft dat geweldige repercussies. Ze worden verjaagd, en buiten het paradijs zullen ze vanaf dan heel wat moeten verduren. God voegt hun toe: 'in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren' (Genesis 3:19, NBG-vertaling). De boodschap is hard, en de maar eenmaal in de bijbel voorkomende uitdrukking in het zweet zijns aanschijns heeft haar impact niet gemist. Ze wordt nog vaak gebruikt. De NBV luidt anders: 'Zweten zul je voor je brood, / totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: / stof ben je, tot stof keer je terug'.

Statenvertaling (1637), Genesis 3:19. In $t sweet uwes aenschijns sult ghy broot eten.
'Ha, Ferman,' zei de wachter. 'Heb je je brood weer verdiend vandaag?' 'In het zweet mijns aanschijns,' antwoordde Ferman, terwijl hij zijn voorhoofd afwiste. (T. Dragt, De brief voor de koning, 1988 (1962), p. 229)
Ik heb in het zweet mijns aanschijns de vloeren moeten beitsen. (N. van der Zee, Zuster Juuls Ereprijs, z.j. (1963), p. 81.)
Niets is gênanter dan de toerist die de autochtoon in het zweet zijns aanschijns staat te beloeren. (F. de Jonge, Het Damestasje, 1987, p. 152)
Werken zul je, in het zweet des aanschijns, van frivoliteit komt alleen maar ellende. (De Volkskrant, 24-10-1998, p. 2V)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

zweet. In de historische eedformule bij Gods zweet worden God en zijn angstzweet tot getuigen aangeroepen dat men de waarheid spreekt. Het ijdel gebruik van die formule maakt haar tot lijdensvloek, die, om anderen niet te kwetsen, verbasterd en dus afgezwakt kon worden. De oorspronkelijke betekenis luidde ‘bij het angstzweet van Jezus in Getsemane of aan het kruis’. Ook de verkorte vorm vinden wij, evenals de verbasterde: bij den sweeten, bij gans sweet, bij gans sweten. De Baere (1940: 119) brengt bij gans zweep en bij gans sweepen ook met Gods zweet in verband. Anderen zien een verband met de zweep die bij de geseling werd gebruikt. → God, rook, zweep.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zweet ‘transpiratievocht’ -> Ambons-Maleis suét, swét ‘transpiratievocht’; Negerhollands sweet ‘transpiratievocht’; Sranantongo sweti ‘transpiratievocht’.

Dateringen of neologismen

R. Schutz (2007), Brekend nieuws, Nijmegen

geen zweet. Letterlijke vertaling van Engels no sweat = geen probleem; Mijn Arubaanse vrienden zeggen altijd: geen zweet...(1995); Kijk uit jongens, want die allerlaatste bocht voor de Tagrijn is vlijmscherp! Geen zweet, want nederhoprichter en tekstschrijverzinner Def P is de enige echte richtingaanwijzer.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2686. In het zweet zijn aanschijns.

Deze woorden zijn ontleend aan Gen. III, vs. 19, waar God na den zondeval tot Adam zegt: In 't sweet uwes aenschijns sult gy broot eten; vgl. fr. à la sueur de ton front (ou de ton corps); hd. im Schweisze deines Angesichtes; eng. in the sweat of thy brow (or face).

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal