Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zeventig - (70)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

zeventig telw. ‘70’
Mnl. seventech, tseventech ‘70’: seuenteg [1240; Bern.], dusentech iaer tuehondert iaer ende seuentech iaer ende achte iaer ‘het jaar 1278’ [1278; VMNW], tseuentech warf ‘70 maal’ [1285; CG II]; vnnl. soms met apostrof T'seuentich [1567; iWNT], 'tseventich [1617; iWNT]; nnl. zeventig.
Gevormd bij → zeven 1 met het tot achtervoegsel geworden → -tig en met een voorvoegsel t- als in → tachtig. De t- werd geassimileerd en werd na de 17e eeuw zelden meer geschreven. De uitspraak van de anlaut bleef echter stemloos, zodat de uitspraak van zeventig met /s/ afwijkt van die van zeven en zeventien met /z/. In het NN is dit verschil bij vele sprekers door analogiewerking opgeheven, maar het wordt nog steeds voorgeschreven door grammatica's en uitspraakgidsen. Hetzelfde geldt voor de uitspraak van → zestig.
Lit.: Philippa 1987: 117

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zeventig* [telwoord] {seventich, tseventich 1201-1250} van zeven + -tig (vgl. tachtig).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zeventig telw., gesproken met s, vgl. mnl. tsēventich naast sēventich, os. siƀuntig, laat-ohd. sibunzug (nhd. siebzig), ofri. siūguntig, soventig, oe. seofontig (ne. seventy), on. sjau tigir. — Voor de mnl. vorm met t- vgl. os. a(n)tsiƀunta, oe. hundseofontig, waarvoor zie: negentig. — In het got. sibuntehund. — Zie: zeven + -tig.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zeventig telw., gesproken met s, mnl. tsēventich naast sēventich Dit laatste = later-ohd. sibunzug (nhd. siebzig), os. siƀuntig, ofri. siûguntig, soventig, ags. seofontig (eng. seventy), on. sjau tigir. Oudere wgerm. vormen zijn ohd. sibunzo, os. a(n)tsiƀunta, ags. hundseofontig. Vgl. bij negentig. ’t Got. heeft sibuntehund “zeventig”. Zie -tig.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zeventig telw., Mnl. seventich: z. dertig. De uitspraak seventig berust op een ouder vorm tzeventig (voor die t, z. tachtig).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

tsumtig zeventig (Drente). = mnl. tseventich ‘id.’. ~ os. a(n)tsi0unta. oeng. hundseofontig. Vgl. got. sibuntehund. Zelfde t als in tnegentig ↑.
Hadderingh/Veenstra 284.

Thematische woordenboeken

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

zeventig: het eerste gebouw van de Joodse Invalide, op de Nieuwe Keizersgracht 70.

— Schoontje van Sweden, die maar één verhaal had en wel dat ze ‘op zeventig’ (dat was het eerste gebouw van de J.I., eigenlijk een gewoon woonhuis op de Nieuwe Keizersgracht) als keukenprinses voor alle mensen tegelijk op één gat gekookt had. (MOZES HEIMAN GANS, 1985)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zeventig ‘telwoord’ -> Negerhollands seventig, seeventig ‘telwoord’; Sranantongo zeventig ‘telwoord’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zeventig* telwoord 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal