Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zender - (iemand die zendt; radio-, tv-station)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sender s.nw.
1. Persoon wat stuur. 2. Toestel waarmee radio-uitsendings gemaak word. 3. Radiostasie.
In bet. 1 uit verouderde Ndl. zender (1573). In bet. 2 en 3 uit Ndl. zender (1908 in bet. 2, 1955 in bet. 3).
D. Sender, Eng. sender (1200).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zender ‘zendapparaat; zendstation voor radio en televisie’ -> Fries sinder ‘zendapparaat; zendstation voor radio en televisie’; Indonesisch sénder ‘zendapparaat; radiostation’; Madoerees sendēr ‘gelegenheid tot uitzenden’.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal