Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zelfstandig - (onafhankelijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

zelfstandig bn. ‘onafhankelijk’
Vnnl. zelfstandig ‘opzichzelfstaand, onafhankelijk’ in den Name Godt, den welcken hy alleen toeschreef het selfstandighe goede wesen ‘... die hij alleen toeschreef aan ...’ [ca. 1575; iWNT eerwaardigheid], de Namen zyn Zelfstandighe, dats Substantiva ófte Byvoeghlycke dats Adjectiva [1584; iWNT], eene vrye Keyserlijke en zelf-standighe Stad [1654; iWNT].
Gevormd uit → zelf en → stand 1 met het achtervoegsel → -ig als leenvertaling van Duits selb(st)ständig ‘opzichzelfstaand’ [16e eeuw; Pfeifer], dat op dezelfde manier is gevormd uit selbst en stand.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zelfstandig bnw. Nog niet bij Kil. Ook mnd. en hd. (al laat-mhd.).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal