Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Zandvoort - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Zandvoort1 (Aa en Hunze, D)
1851-1855 de Zandvoort1, 1867 Zandvoort2, 1899 Zandvoort3, 1913 Zandvoort of Gieterzandvoort4; voort, voorde 'doorwaadbare plaats' met zandige ondergrond, behorend bij → Gieten. De gelijknamige weg passeert de Hunze of Oostermoerse vaart ter hoogte van De Hilte.
Lit. 1GHAN 2 70, 2Kuyper Gieten, 3Pott 406, 4Pott 497.

Zandvoort3 (Maasgouw, Lb)
1343 Zantvoerde1, 1386 Zandvort1, 1444 Santvoert1, 1478 Santvoirt1; voorde 'doorwaadbare plaats' en zand 'zandige bodem', volgens sommigen naar de ligging bij een oude drooggevallen bedding van de Thornerbeek2.
Lit. 1Schrijnemakers 2014 774, 2Moerman 1956 254.

Zandvoort4 (Zandvoort, NH)
1105-1120 kopie ca. 1420 Santfort1, 1343 tSantvoirden2, 1426 Santvoirt3, 1573 Santvoirt4; Samenstelling van onl. sant 'zand' en fort, voorde 'doorwaadbare plaats', hier 'droge weg door drassig land'. De identificatie van de oudste vorm is onzeker5.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 314, 2Hamaker 1875v II 276, 3Van Mieris IV 849, 4krt Sgrooten, 5Künzel e.a. 1989 314.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

Zandvoort ‘Nederlandse plaatsnaam’ -> Indonesisch Sampur ‘naam van een badplaats bij Jakarta’.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal