Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-zaam - (achtervoegsel dat bn. vormt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

-zaam achterv. dat bn. vormt
Onl. -sam in geminnesam ‘aangenaam’ [10e eeuw; W.Ps.], mit heilsamo dranche ‘met de geneeskrachtige drank’ [ca. 1100; Will.]; mnl. -sam, ook -saem in Hugo, die een eersaem meister sijt [1340-60; MNW-P]; nnl. -zaam.
Oorspr. had dit achtervoegsel een korte klinker. De klankwettige vorm is dan ook mnl. -sam (nnl. *-zam). Vanaf de 14e eeuw verschijnen nominatiefvormen op -saem, onder invloed van de gerekte klinker in de open lettergreep van de verbogen naamvallen (mnl. -same(n)).
Os. -sam; ohd. -sam (nhd. -sam); ofri. -sum (nfri. -sum); oe. -sum (ne. -some); on. -samr (nzw. -sam); got. -sams; alle ‘geneigd tot, passend’, < pgm. *-sama-, ablautend *-suma-.
Pgm. *-sama- is wrsch. hetzelfde woord als het bn. *sama- ‘dezelfde’, zie → sommige en → samen.
In het Gotisch is slechts de samenstelling lustusams ‘begeerd’ (< ‘met lust verbonden’) overgeleverd, maar in alle andere Oudgermaanse talen verschijnt het achtervoegsel al vroeg in vele bijvoeglijke afleidingen van zowel zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden als werkwoorden. De gemeenschappelijke betekenis is ‘neiging tot iets hebbend’; met betrekking tot personen kan het een karaktereigenschap uitdrukken. In de jongere tijd is de productiviteit van het achtervoegsel in alle Germaanse talen afgenomen en uiteindelijk nagenoeg verdwenen. In het Nederlands dateren de laatste afleidingen uit de 18e eeuw (WNT).
De meeste woorden met -zaam zijn afgeleid van werkwoorden (dit geldt ook voor het Duits, maar juist niet voor het Engels), bijv.gehoorzaam, lijdzaam, volgzaam, waakzaam. Afleidingen van zelfstandig naamwoorden zijn o.a. deugdzaam (zie → deugd) en minzaam (zie → min 1). Afleidingen van bijvoeglijke naamwoorden zijn niet talrijk: o.a. bedachtzaam, → gemeenzaam en → langzaam in de verouderde betekenis ‘langdurig’. Sommige afleidingen zijn ontstaan als leenvertaling uit het Duits, bijv.eenzaam en moeizaam. Het woord → zeldzaam heeft een afwijkende etymologie.
Lit.: Heidermanns 1993, 467

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-zaam* [achtervoegsel met de betekenis: van de aard die het grondwoord aangeeft] {oudnederlands -sam in bv. geminnesam [minzaam, vriendelijk] 901-1000, middelnederlands -sa(e)m, -som, -sem} oudsaksisch, oudhoogduits -sam, oudengels, oudfrans -sum, oudnoors -samr, gotisch -sams (vgl. grieks homon); oorspr. na zn. en bn., vervolgens ook bij ww.: vreedzaam, gemeenzaam, waakzaam (vgl. zamelen).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

-zaam achterv., mnl. -sam, -saem, -som, -sem, onfrank. -sam, os. ohd. nhd. -sam, oe. -sum (ne. -some), on. -samr, got. -sams. — Te vergelijken met gr. homós ‘dezelfde, gelijk’ (waarvoor zie: zamelen). Het suffix betekende dus ‘van dezelfde aard’ als het grondwoord aanduidt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

-zaam suffix, mnl. -sam, -saem,-som, -sem. = onfr. -sam (geminnesam “iocundus”), ohd. (nhd.) os. -sam, ags. -sum (eng. -some), on. -samr, got. -sams (alleen lustusamsepipó-thētos”). Formeel = gr. homós “dezelfde, gelijk” (zie zamelen). De oorspr. bet. bijv. van *lustu-sama- zal “met lust verbonden” geweest zijn.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

-zaam suffix, Mnl. -saem, Onfra., Os. -sam + Ohd. id. (Mhd. en Nhd. id.), Ags. -sum (Eng. -some), On. -sam-r (Zw. -sam, De. -som), Go. -sam-s ; het bestaat nog als adj. in ’t Go. sama, On. sami, Ohd. samo = gelijkend, passend, waarover bij samen. Iets anders is -zaam in zeldzaam en in langzaam (= traag): z. zeldzaam, langzaam.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

-zaam (achtervoegsel) = samengaande met, passende bij, geschikt tot. Zie Zamelen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal