Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

windjammer - (zeilschip)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

windjammer [zeilschip] {na 1950} < engels windjammer, van wind [wind] + to jam [doordouwen], een klankschilderende vorming.

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

windjammer [*windjemuh] groot, vierkant getuigd zeilschip. Herkomst van de term is onduidelijk, al is hij pas ontstaan toen de stoomvaart de zeilschepen verdrong. Wellicht minachtend bedoelde samenvoeging uit ‘wind’ en ‘jammer’ (van ‘to jam’, blokkeren), vanwege de dwars op de wind staande zeilen? Dan zou het in die tijd zoiets betekend hebben als drijfanker, blok aan het been.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

windjammer zeilschip 1930 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal