Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

werf - (werkplaats voor schepen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

werf zn. ‘scheepswerkplaats’
Onl. werf, werva ‘(kunstmatige) bewoonde heuvel’, vooral in toponiemen: Vrua (onbekende plaats in Groningen) [786-87, kopie begin 13e eeuw; Künzel], daarnaast vverf ‘onbebouwde ruimte bij een huis, erf’ [1141; ONW]; mnl. werf ‘erf; kade’ in .vij. linen. masins stickelin metten werue ‘zeven lijnen (oppervlaktemaat) van Thomas' perceeltje met het (bijbehorende) erf’ [1268; VMNW], bewesthalf den werue van michem ‘ten westen van de kade van Michem (bij Brugge)’ [1292; VMNW], ‘oever, dam, dijk’ in van enen werf of enen diick [1407-50; MNW]; vnnl. werf ook ‘scheepswerkplaats’ in sceepwerff [1567; iWNT].
Os. hwerf ‘opgehoogde grond’ (mnd. werf, warf, nnd. ook ‘scheepswerkplaats’, en vandaar nhd. Werft ‘id.’); ohd. warb ‘draaiende beweging’; ofri. warf, wār, wēr ‘gerecht(splaats)’, were ‘hoog erf’ (nfri. wier ‘kleine terp’, vero. wear ‘gerecht’, naast het leenwoord werf ‘scheepswerkplaats’); oe. hwearf ‘oever, dam’ (ne. wharf ‘kade’); on. hvarf ‘omheinde plaats’ (nzw. varv ‘omgang’); < pgm. *hwarba-, *hwerba-.
Afleiding van de wortel van → werven, waarvan de oorspr. betekenis ‘draaien, wenden’ is. De oorspr. betekenis van het zn. is moeilijk vast te stellen. Men zou kunnen uitgaan van een draaiende beweging om een stuk land te omheinen, of van de omtrek, het stuk land rondom het huis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

werf1* [werkplaats voor schepen] {in de parochienaam Kiric(h)wereve, nu Kerkwerve (Z.-H.) 1001-1050, werf, wa(e)rf [erf van huis, verhoogde grond langs een water, dam, kade, afgesloten ruimte, gerechtsplaats] 1259} oudfries giwerƀe, middelnederduits werf, warf, oudsaksisch hwerf [hoop, verzameling], oudhoogduits hwarb [draaiende beweging], oudengels hwearf, oudnoors hvarf [verdwijning]; van werven [oorspr. draaien].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

werf 1 znw. v., mnl. werf, waerf, warf, worf ook met ft ‘onbebouwde ruimte om een huis, erf; verhoogde grond langs een water; oever, kust; dam, dijk; afgesloten ruimte, kampplaats; gerechtsplaats’, os. hwerf ‘hoop, verzameling’, mnd. werf, warf ‘opgeworpen heuvel tegen watervloeden; verhoogd erf; bijeenkomst van mensen, vooral voor rechtsspraak; ambacht, bezigheid, opdracht, boodschap’, ohd. hwarb ‘vertigo’, mhd. warbe ‘kring, verzameling’, warp, warf ‘draaiing; kringvormige dingplaats of kampplaats; wal’, werbe, werve ‘draaikolk; dam, damweg langs een water’, ofri. warf ‘opgeworpen hoogte; erf, heuvel voor veiligheid van de woning; gerechtsplaats, dingvergadering’, oostfri. warf ‘hoogte tot bescherming tegen watervloeden; het daarop gebouwde huis, kleine boerderij; erf; verhoogde plaats langs een water’, oe. hwearf ‘menigte, troep; wending, plaats, ruil; werf, dijk, oever’ (ne. wharf ‘scheepswerf; dam, oever; menigte, vergadering’), on. hvarf ‘plotseling verdwijnen; toevluchtsoord; uitstekende landtong die het uitzicht belemmert; achteraf gelegen plaats’, nnoorw. kvarv ‘kring’, nzw. varv ‘omgang, afwisselende beurt’; scheepswerf’, nde. hverv ‘omkeer, wisseling’. — In zijn verschillende betekenissen behoort dit woord bij het ww. werven, waarvan de oorspr. bet. die van ‘draaien’ is.

Men zal moeten uitgaan van een verbaalabstract met de bet. ‘draaiing, kring’. De bet. ‘gerechtsvergadering’ maakt het aannemelijk dat als tussentrap bestaan heeft ‘bijeenkomst van mensen die met een ronddraaiende beweging verbonden was’ (bijv. de circumambulatio om een heilige plaats) vgl. on. hvirfingr ‘gilde’, eig. ‘gemeenschappelijke maaltijd, waarin op rituele wijze de beker werd rondgereikt’. Uit de bet. van ‘rechtsgemeenschap of dinggemeenschap’ ontstond die van ‘plaats waar men bijeenkwam’ en daar dit oudtijds op een verhoogde plaats geschiedde, die van ‘heuvel’, waaruit zich dan verder ‘opgeworpen plaats van andere aard’ kon ontwikkelen, zoals ‘terp’ en ‘verhoogde woonplaats’. Daar de dingplaats met een wal omgeven placht te zijn, is de bet. ‘wal’ begrijpelijk; daarvandaan ook die van ‘dam, dijk’ (mogelijk ook beïnvloed door de functie van terpheuvel als waterkering). De scheepswerf is eindelijk ‘een verhoogde plaats langs een water’ (J. de Vries Ts 53, 1934, 257-268). — Deze verklaring is als te ‘geconstrueerd’ verworpen door J. H. van Lessen Ts 56, 1937, 73-78, die ook van het begrip ‘draaiing’ uitgaat, maar aan het begin zet ‘draaikolk’ en verder daaruit laat voortkomen 2. ronde holte, 3. ‘rond hol of bol lichaam, 4. heuvel, 5a. hoop, 5b. verhoogd erf, 6a. menigte, 6b. verhoogde oever, 7b. dam, kade, 7c. verhoogde vergaderplaats, 8. dingvergadering. Daarmee komt het reeds in de oude teksten bekende begrip van ‘gerechtsvergadering, rechtsplaats’ aan het eind der ontwikkelingsrij te staan. Tegen deze verklaring is op te merken: de bet. ‘draaikolk’ is een te smalle basis voor deze constructie; zij is een der vele mogelijkheden van een ‘draaiing’. Het tussenlid ‘rond hol of bol lichaam’ is onbevredigend, want het is gevaarlijk, zoals te vaak gedaan wordt, zonder meer van het begrip ‘hol’ op ‘bol’ over te stappen. Verder zal de bet. 6a. ‘menigte’ zich veel eerder laten afleiden uit die van ‘dingvergadering’ dan uit die van ‘verhoogd erf’. — Vooralsnog schijnt mij de door mij gegeven verklaring door deze tweede in genen dele weerlegd te zijn. — Het naast germ. *hwerƀa optredende oe. *wearf ‘schare’, is niet voldoende om voor het woord werf in de bet. ‘menigte, schaar’ van een ander woord uit te gaan en dit te verbinden met de idg. wt. *u̯er ‘binden, aaneenrijgen, ophangen’, waartoe behoren oi. vṛndam ‘schaar, menigte’, oiers foirenn v. ‘groep, schaar’, lit. vorà v. ‘lange rij van wagens’, oe. weorn, wearn ‘schaar, menigte, troep’ (Holthausen IF 48, 1930, 264 en IEW 1151).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

werf I (terrein), mnl. wa(e)rf, werf, worf, ook met -ft “werf, erf, verhoogde grond langs een water” (ook: “gerechtsplaats, volksbijeenkomst, gerecht” evenals ofri. werf, warf). Wij hebben hier te doen met twee oorspr. verschillende, ook door Kil. gescheiden woorden werf: 1. (“vetus”) “officina: et Villa: et Domus: et Area”, 2. “oever, kust, dam”. ’t Eerste = ofri. warf, werf m. “hoeve, opgehoogde grond voor een hoeve”, ’t tweede, met ndl. e < a vóór r + labiaal (evenzoo wellicht ’t eerste; vgl. derven) = ags. hwearf m. “oever, dam” (eng. wharf). De laatste vorm wsch. bij werven, ofschoon de bet.-geschiedenis onzeker is; de eerste met de bet. “opgeworpen aarde” van een idg. basis werp- (hiervan ook opr. et-wiērpt “vergeven”?), een auslaut-variant van werb- (zie werpen)? In ’t Mnd. zijn beide woorden in werf, warf m. (o.) “opgeworpen heuvel, hoeve op zoo’n heuvel, dam” samengevallen. Nhd. werft v. o. “werf” uit ’t Ndl.-Ndd.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

werf I (terrein). Mnl. wa(e)rf, werf, worf is m. (o. v.)
Tussen de twee hier gescheiden gehouden woorden en vele der bij werven genoemde znww. bestaan onmiskenbare aanrakingspunten. Daarom verdient aandacht de poging van J.de Vries Tschr. 53, 257 vlgg. om al deze woorden bij werven te brengen — onder een grondbet. ‘rondgaande beweging’ > ‘sacrale rondgang (ter wijding van de dingplaats)’ > ‘ding(plaats)’, waaruit zich enerzijds de bet. ‘schare’, anderzijds ‘hoogte’ > ‘erf, werf’ en ‘oever, dam’ zou hebben ontwikkeld — al is het uitgangspunt volkomen hypothetisch en juist de overgang tot ‘oever, dam’ (welke bet. in het art. aan een afzonderlijk woord wordt toegekend) historisch het minst overtuigend. Zie ook werven Suppl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

werf 2 v., Mnl. id., met e uit a vóór r + labiaal, Os. hwarf + Ags. hwearf (Eng. wharf), On. hvarf: het w. bet. opgeworpen heuvel, ook hoeve op zooʼn heuvel, dan, scheepswerf. Uit Ndl.-Ndd. Hgd. werft, en hieruit De. verft. Volgens sommigen met afwisselenden auslaut bij werpen; volgens anderen bij werven, en dan identisch met Mnl., Ndd. werf = kring, bijeenkomst, menigte, gerechtsplaats, Os. hwarf + Ohd. hwarb, Ags. hwearf, Ofri. hwarf, On. hwarf.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

werf 1, zn.: steel van de zeis. Vgl. Oe. hweorfa, E. wharve ‘spilwieltje’, D. werbe ‘draaibaar deel, machineonderdeel’, D. wurb, wurf ‘steel van de zeis’. Ohd. hwerfan, hwerban ‘draaien’, Mhd. werben, werven ‘bewegen, draaien’, Mnd., Mnl. werven, warven ‘draaien’, Oe. hweorfan ‘draaien’, On. hverfa, Idg. *kṷerp- ‘draaien’. Vgl. freq. Ndl. wervelen, D. wirbeln.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

werf(t) 1, waarft, vurft, zn.: open plaats voor de hoeve. Mnl. werf(t) ‘onbebouwde ruimte rond of voor een huis’, Vnnl. werf ‘area’ (Kiliaan). Os. hwerf, Mnd. werf, warf, Ofri. warf ’hoeve, opgehoogde grond voor een hoeve’, Oe. hwearf ‘oever, dam’, E. hwarf, Ohd. hwarb ‘draaiende beweging’, Mhd. warbe, On. hvarf ‘omheinde plaats’. Germ. *χwerƀa-, *χwarƀa-, in het ww. werven ‘draaien’. Uit die bet. moet dan ‘insluiten, omheinen’ worden afgeleid. Vurft door dial. ronding na w of naar analogie van vurft 2. – J. de Vries, Warf en werf. TNTL 53 (1934), 257-268.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

1werf s.nw.
1. Grond of terrein om 'n huis. 2. Oop plek waar aan skepe gewerk word.
Uit Ndl. werf (al Mnl. in bet. 1, voor 1598 in bet. 2). Ndl. werf is 'n afleiding van die ww. werven, oorspr. in die bet. 'draai', en vandaar 'beweging maak waardeur iets ingesluit of omhein word', soos in die geval van 'n werf.
D. Werft, Eng. wharf. Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. in die vorm werft (1818).

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

wurf(t) zn.: erf van een hoeve. Door ronding van de klinker na w uit Mnl. werf, werft ‘onbebouwde ruimte rondom of voor een huis’. Ook in toenamen: 1227 Sigerus de Werve; 13de e. Arnout van der Werft (Debrabandere 2003). Ofri. warf ‘hoeve, opgehoogde grond voor een hoeve’, Oe. hwearf ‘oever, dam’, E. wharf, On. hvarf ‘omheinde plaats’. Bij het ww; werven ‘draaien, wenden’ (vandaar freq wervelen) < Germ. *hwerba-.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

wurft, werf erf (Zeeland, Antwerpen, Kop van Overijssel, Holland, West-Noord-Brabant). Afl. van werven. Grondbetekenis: ‘draaiing, kring’.
TNZN VIII 4, NEW 829-830.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

werf I: s.nw., 1. onmiddellike omgewing v. opstal/woning; 2. skeepsbouplek; Ndl. werf (Mnl. w(a)erf/worf, vlgs. Kil twee wd., 1. “werkplek; woonplek”, en 2. “dam; kus; oewer”, vgl. Eng. wharf), Hd. werft(e) uit Ndl./Ned. – in Ndl./Afr. het twee wd. blb. deureengeloop; vgl. Pet A 550.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

werf 'opgeworpen hoogte voor bewoning'
Het toponymisch grondwoord werf 'opgeworpen hoogte voor bewoning' komt voor in alle Oud-Westgermaanse dialecten: onl. werve 'opgeworpen hoogte voor bewoning', ofri. werve, warf 'hoeve, opgehoogde grond voor een hoeve', os. hwarf, mnd. werf, warf, nnd. Warf 'idem', oe. hwearf 'oever, dam'. Met name in Zeeland, Friesland en Groningen is werf een aanduiding voor een tegen overstroming beschermende opgeworpen hoogte met behuizing. In Oost-Friesland is werf, warf nog steeds de reguliere aanduiding van een terp. In het Oudfries heeft werve zich ontwikkeld tot weer, later wier (vanaf eind 14e eeuw). Wegval van -v- in deze positie, onder rekking van de vocaal, is een Fries verschijnsel. In de loop van de middeleeuwen ontwikkelde zich de betekenis van warf in Friesland en Groningen tot 'hoogte waarop het ding wordt gehouden, gerecht', dat productief werd in streekaanduidingen als De Stellingwerven. Oudste attestaties in plaatsnamen: waarschijnlijk ca. 825-842 kopie 1150-1158 Orlinguerba (ligging onbekend, bij Dokkum, misschien Bollingawier)1, ca. 900 kopie 1150-1158 Werba (ligging onbekend, in Oostergo)2. Vaak samengesteld met een persoonsnaam of een afleiding met het suffix -ing- van een persoonsnaam. Incidenteel samengesteld met kerk en monnik: 1e helft 11e eeuw Kiricwereve (oude dubbelnaam van de parochie Oegstgeest, ZH)3, 1174 kopie 12e eeuw Monacawerva (ten westen van Aardenburg, Zl)4. In een enkel geval (Werfhorst, Gl) is werf 'wilg (Salix)' van andere oorsprong.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 278, 2Idem 389, 3Idem 205, 4Idem 256.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

werf ‘onbebouwde ruimte rond een huis’ -> Zuid-Afrikaans-Engels werf ‘boerenerf, doortrekplaats’.

werf ‘werkplaats voor schepen’ -> Fries werf ‘werkplaats voor schepen’; Duits Werft ‘werkplaats voor schepen’; Oost-Jiddisch werfn ‘werkplaats voor schepen’ <via Duits of Russisch>; Deens værft ‘werkplaats voor schepen; terp’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors verft ‘werkplaats voor schepen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds varv ‘werkplaats voor schepen’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins † varvi ‘werkplaats voor schepen’ <via Zweeds>; Russisch verf' ‘werkplaats voor schepen’; Bulgaars verf ‘werkplaats voor schepen’; Oekraïens verf ‘werkplaats voor schepen’ <via Russisch>; Wit-Russisch verf ‘werkplaats voor schepen’ <via Russisch>; Azeri verf ‘werkplaats voor schepen’ <via Russisch>; Javaans bérok ‘werkplaats voor schepen’; Papiaments waf ‘werkplaats voor schepen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

werf* onbebouwde ruimte rond een huis 1001-1050 [Claes]

werf* werkplaats voor schepen 1567 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal