Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

weerhaan - (windwijzer)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

weerhaan s.nw.
1. Windwyser in die vorm van 'n haan. 2. Persoon wat dikw. sy standpunt verander.
Uit Ndl. weerhaan (al Mnl.), in bet. 2 wsk. so genoem omdat die persoon hom, soos
'n weerhaan (weerhaan 1), fig. gesproke ook na die wind draai, of aanpas by omstandighede om die maksimum guns daaruit te trek. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Wetterhahn.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

weerhaan: iemand die voortdurend zijn standpunt wijzigt; onstandvastig, wispelturig persoon; huichelaar; meeloper. Deze metafoor vinden we al terug bij Wolff en Deken (Historie van Mejuffrouw Cornelia Wildschut, of de Gevolgen der Opvoeding, 1793-1796): ‘Zij is vadzig, en wild, bij vlaagen, en de weêrhaan is niet veranderlijker.’

Handelsblad: Ge zijt een weerhaan. Standaard: Ge zijt een draaier! (De Groene Amsterdammer, 31/01/1892)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal