Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

web - (netwerk van bijv. een spin)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

web zn. ‘netwerk van bijv. een spin’
Mnl. webbe ‘iets wat geweven is, spinnenweb, weefgetouw’ [1240; Bern.], in dat en ghen knape ne moghe weuen op en webbe binnen mechelne ‘dat geen enkele leerjongen binnen Mechelen zal mogen weven op een weefgetouw’ [1270; VMNW], wonde dar men hare webbe vp leghet ‘een wond waar men haar web (dat van een spin) op legt’ [1270; MNW].
Os. webbi (ndd. webb, weff); ohd. weppi (mhd. weppe, webbe); ofri. -web, wob (nfri. web); oe. webb (ne. web); on. vefr (nzw. väv); alle ‘web’, < pgm. *wabja-.
Ablautende afleiding van de wortel van → weven. Vergelijkbare afleidingen van de e-trap *webja- en de nultrap *wubja- zijn mhd. wippe ‘id.’, respectievelijk ohd. wuppi en nzw. dial. öv ‘inslag, garen voor de inslag’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

web*, webbe [netwerk] {web(be) [weefsel, spinnenweb] 1201-1250} oudsaksisch webbi, oudhoogduits weppi, oudengels webb; bij weven.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

web, webbe znw. v., mnl. webbe o. ‘web, weefsel’, os. webbi, ohd. weppi, owfri. wob, oe. webb, on. vefr < germ. *watja, afl. van weven.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

web, webbe znw., gew. o., mnl. webbe o. “web, weefsel”. = ohd. weppi, os. webbi, owfri. wob, ags. webb o., on. vefr m. “id.”, germ. *waƀja-. Hiernaast *weƀja- in mhd. wippe o. “id.”, *uƀja- in ohd. wuppi o. “id.”, zw. dial. öv o. m. “inslag, garen voor den inslag”. Bij weven.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

web v., Mnl. webbe, Os. webbi + Ohd. weppi (Mhd. weppe), Ags. webb (Eng. web), On. vefr (Zw. väf, De. væv): Ug. *waƀjo, van denz. stam als ʼt enk. imp. van weven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

web s.nw.
1. (minder gebruiklik) Weefsel. 2. Spinnerak. 3. Swemvlies van 'n waterdier. 4. (rekenaartegnologie) Wêreldwye elektroniese rekenaarnetwerk waardeur inligting beskikbaar gestel word deur sentrale internet-diensverskaffers.
In bet. 1 uit verouderde Ndl. web (1552), gewestelik nog bekend. In bet. 2 uit Ndl. web (1596). In bet. 3 en 4 uit Eng. web (1576 in bet. 3, 20ste eeu in bet. 4).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

webbe (DB: B), zn. v.: singel van de zusters van het Brugse Sint-Janshospitaal. Mnl. webbe ‘geweven gordel’, Vroegnnl. webbe, lint oft gordel ‘ruban, ceinct ou ceincture’ (Lambrecht), webbe ‘cingulum, cinctus, cingulum textum’ (Kiliaan). Uit Germ, wabja, afl. van weven.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

web ‘volledige hypertekstsysteem waarvan internet gebruik maakt’ (Engels web)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Web, van weven (b en v zijn verwant, vgl. Hgd. leden en ons leven).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

web ‘netwerk, bijvoorbeeld van een spin’ -> Frans dialect † webe ‘weefsel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

web* netwerk van bv. spin 1240 [Bern.]

web volledige hypertekstsysteem waarvan internet gebruik maakt 1994 [PC+ 3/11, 19, 15] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

Web, (het), het volledige hypertekst*-systeem waarvan Internet* gebruik maakt, te vergelijken met een enorm spinnenweb. Met behulp van een zgn. browser* kunnen documenten worden gelezen. Het Web werd in 1989 ontwikkeld door Tim Berners-Lee aan een Zwitsers onderzoeksinstituut en is helemaal tekst-georiënteerd (het zgn. http-protocol, waarbij http staat voor hypertext title page). → world* wide web.

Netscape is marktleider op het gebied van bladerprogramma’s voor het Wereldwijde Web, meestal kortweg ‘het Web’ genoemd. (HP/De Tijd, 23/08/96)
Maar de rechter stelde de PTT in het gelijk. Vuurwerk mocht zijn telefonische inlichtingendienst niet langer via het Web aanbieden en werd bovendien veroordeeld tot een boete van 15.000 gulden. (HP/De Tijd, 20/09/96)
Overige werken

Julius Pokorny (1959), Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch, Bern.

u̯ebh-1 ‘weben, flechten, knüpfen’

Ai. ubhnā́ti, umbháti, unábdhi ‘schnürt zusammen’, mit ápa- und prá- ‘bindet’, ū́rṇā-vábhi- m. ‘Spinne’ (eig. Wollweber); jünger -vābhi- nach vā- ‘weben’ (idg. *u̯ē-, oben S. 75); av. ubdaēna- ‘aus Webstoff, aus Zeug gemacht’ (von einem *ubda- ‘Gewebtes’, idg. *ubh-tó-); np. bāfad ‘er webt’;
gr. ὑφή ‘das Weben’, ὑφόωσι η 105, sonst ὑφαίνω ‘webe’, ὕφος n. ‘das Weben’ (nach denvorigen aus *ϝέφος umvokalisiert);
alb. venj ‘ich webe’ (*u̯ebhni̯ō);
ahd. weban ‘weben, flechten, spinnen’, ags. wefan ‘weben, flechten, knüpfen’, aisl. vefa ‘weben, flechten, schlingen’ (Partiz. ofinn), vefja (*u̯obhei̯ō) ‘wickeln, hüllen’ = ags. webbian ‘weben’; aisl. veptr, ags. weft, wift, wefta ‘Einschlagfaden’, mhd. wift ‘feiner Faden, Gewebe; Honigwabe’; aisl. vaf ‘Windel’, vafi ‘Verwicklung, Unordnung’; ahd. waba, wabo ‘Honigwabe’, aisl. vefr (*waƀja-) ‘Gewebe, Aufzug, gewobenes Zeug’ = ags. webb, as. webbi, ahd. weppi ds.; ahd. wuppi ‘Gewebe’, schwed. öv (aisl. *yfr) ‘Einschlag’;
ē-stufig aisl. kongurvāfa, ags. gangelwǣfre ‘Spinne’;
toch. В wāp- ‘weben’, wapātsa ‘Weber’, wpelme ‘Gewebe’.

WP. I 257, Mayrhofer 1, 107;gehört zu au-5 ‘weben’ S. 75; dazu *u̯obhsā ‘Wespe’.

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal