Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wals - (dans)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wals1 [dans] {1811} < frans valse of direct < hoogduits Walzer, van walzen [draaien]; vormen met dentaal middelnederlands wouten [goed uitvallen, gelukken], oudhoogduits walzan, oudnoors velta, gotisch waltjan naast oudengels wealwian, gotisch walwjan [wentelen], vormingen met dezelfde stam als walen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wals 1 znw. m. v. ‘bekende dans van Zuidduitse herkomst’, < nhd. walzer afl. van walzen < ohd. walzan (walzōn) ‘draaien, rollen’, vgl. mnl. wouten ‘lukken, vlotten’, daarnaast germ. *waltjan in ohd. welzen (nhd. wälzen), on. velta, got. waltjan ‘draaien, rollen’ en het iteratief Kiliaen. Teuth. welteren, mnd. welteren, walteren, wolteren en eindelijk het sterke ww. on. velta een typisch germaanse d-afl. van de idg. wt. *u̯el ‘draaien’, waarvoor zie: walen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wals I (dans). Internationaal woord van hd. oorsprong. Hd. walzer m. “wals” van walzen < ohd. walzan (naast walzôn) “draaien, rollen” (intr.) = mnl. wouten overdr. “lukken, vlotten”, waarnaast on. vëlta (sterk) “draaien, rollen”, got. waltjan (zwak) “id.”, ohd. welzen (nhd. wälzen), on. velta (zwak) “draaien, rollen” (trans.), mnl. Teuth. welteren, mnd. welteren (en walteren, wolteren) “id.” (trans. en intr.), on. valtr, ags. wealt “rollend, rolbaar”. Van een verlenging der bij walen besproken basis. Zie nog wentelen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

wals I (dans). In pl.v. “mnl. Teuth. welteren” lees: “Kil. Teuth. welteren”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wals 1 v. (dans), gelijk Eng. waltz en Fr. valse, uit Hgd. walz, van walzen, wälzen = draaien, Mhd. id., Ohd., walzan, welzen + Ags. wealtan, On. velta, Go. waltjan: van denz. wortel als wallen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1wals s.nw.
Dans in driekwart maat of die musiek daarby.
Uit Ndl. wals (1811) 'walsmusiek'. Eerste optekening in Afr. by Pannevis (1880).
D. Walze (10de eeu), Eng. waltz (1781).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wals I: s.nw. en ww., dans; Ndl. wals uit Hd. walzer (ww. walzen), Eng. (18e eeu) waltz, v. wals II.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

wals ‘dans’ (Frans valse); ‘pletmachine’ (Duits Walze)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wals ‘dans en muziek in driedelige maatsoort’ -> Indonesisch wals(a) ‘Europese gezelschapsdans in driekwartsmaat’; Ambons-Maleis wals ‘dans en muziek in driedelige maatsoort’; Javaans wales ‘Europese gezelschapsdans in driekwartsmaat’; Kupang-Maleis wals ‘dans en muziek in driedelige maatsoort’; Menadonees wals ‘dans en muziek in driedelige maatsoort’; Ternataans-Maleis wals ‘dans en muziek in driedelige maatsoort’; Papiaments wals ‘dans en muziek in driedelige maatsoort’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wals dans en muziek in driedelige maatsoort 1811 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal