Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wafel - (gebak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

wafel zn. ‘gebak’
Mnl. in de toenaam Willelmo Wavel: Joh. Wavel [1236-68; Debrabandere 2003] en in de afleiding als beroepsnaam Andream Wavelare ‘Andries de wafelbakker’ [1281; Debrabandere 2003], wafel(e) ‘wafel, soort gebak’, overdrachtelijk in Du voets ooc van dire talen met dijns soeten lichaem waflen tiegen die gene die mi pinen ‘Jij (Christus) voedt ook door jouw verhalen met de geestelijke spijs van jouw zoete lichaam diegenen die mij pijnigen’ [ca. 1350; MNW], de betekenis ‘wafel’ eerst in de samenstelling waferyser ‘wafelijzer’ [1383; MNW] en los wafele [ca. 1440; Harl.]; vnnl. wafel [1573; Thes.].
Ontwikkeld uit Proto-Germaans *wēb-ilō-, een ablautende afleiding van de wortel van → weven, met een achtervoegsel als in → druppel. De wafel wordt dus vernoemd naar haar geweven patroon, net zoals een honingraat.
Ndd. wafel, waffel ‘wafel, honingraat’, (v)nhd. Waffel ‘wafel’ en ne. waffle ‘id.’ zijn ontleend aan het Nederlands. Een vergelijkbare betekenis bij ohd. waba, wabo (nhd. Wabe) ‘honingraat’.
Het Nederlandse woord is ook ontleend door enkele niet-Germaanse talen, o.a.: Oudfrans walfre ‘honingraat, wafel’ (Nieuwfrans gaufre); Russisch váflja.
Lit.: Van der Sijs 2006: 185-186

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wafel* [gebak] {waf(e)le, waffel 1450} in nl. dial. ook ‘honingraat’ > deens vaffle [wafel], van weven; de wafel is genoemd naar de honingraat op grond van vormgelijkheid, vgl. hoogduits Wabe [honingraat].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wafel znw. v., mnl. wāfele, wāfel v., nnd. wāfel, waffel (> nhd. waffel) ‘wafel’, dial. ook ‘honigraat’. — Wegens het ruitvormige oppervlak van het gebak is het met de honigraat vergeleken (vgl. nhd. wabe) en het woord behoort dus tot de groep van weven. — > ne. waffle (sedert 1744, vgl. waffle-iron 1794; Bense 558); mnl. wafele (misschien een bijvorm wafer) > ofra. walfre (sedert de 12de eeuw), nfra. gaufre ‘honigraat, wafel’ en spa. guafla; > russ. váflja (sedert 1717, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2, 1959, 104).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wafel znw., mnl. wâfel m. = Teuth. waffel (zonder vert.), ndd. wâfel (westf. met å), waffel (vandaar nhd. waffel) v. “wafel”, dial. ook “honigraat”, oorspr. = “weefsel”: germ. *wêƀlô-, ablautend met weven. Voor den verscherpten medeklinker vgl. gaffel, richel. Uit ’t Germ. fr. gaufre “honigraat, wafel”; uit ’t Ofr. eng. wafer “wafel”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

wafel. Mnl. wâfel(e) zal v. zijn. — Fr. gaufre wsch. uit het Ndl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wafel v., waaruit Hgd. waffel, Eng. wafer en Fr. gaufre, is een afleid. van *wave + Hgd. wabe = honigraat, wegens gelijkheid in vorm. Dit *wave behoort bij den stam van ʼt mv. imp. van weven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

wafel, wagel, zn.: honingraat. Afl. van ww. weven, vgl. waab. Wagel door v/g-wisseling.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

wafel, wagel raat (Limburg). Evenals limb. waab ↑ ‘id.’, afl. bij weven.
WLD II afl. VI 28.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

wafel s.nw.
1. Brosserige koekie wat gewoonlik warm met stroop en roomys bedien word. 2. (geselstaal; minder gebruiklik) Mond.
In bet. 1 uit Ndl. wafel (1512). In bet. 2 uit Ndl. wafel, 'n wisselvorm van waffel (1670). Ndl. wafel is deur klankwisseling afgelei van weven 'weef' en hou vormlik, asook deur mntl. metonimia van 'wafel' en 'mond', verband met waffel 'mond'. Ndl. waffel is klanknabootsend gevorm na die voorbeeld van of met klankwisseling uit wauwelen in die standaard bet. 'vervelend praat' en die gewestelike bet. 'kou, drentel, sloer, draal'. Eerste optekening in Afr. by Postma (1896).
D. Waffel (16de eeu), Eng. waffle (1744).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wafel: soort koekie i. bep. panvorm gebak; Ndl. wafel (Mnl. wāfel), Hd. waffel – uit Germ. kom Fr. gaufre, “heuningkoek; wafel”, en uit Ofr. weer Eng. wafer, “wafel(tjie)”, vgl. Pet A 543.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Wafel (van weven, z. d. w.), bet. eig.: „honigraat (Hgd. Wabe), daar zij er als een weefsel uitziet. Later werd ook het bedoelde gebak wafel geheeten, wegens de overeenkomst van vorm met een honigraat.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wafel ‘gebak’ -> Engels waffle ‘gebak; wafelpatroon; wafeldoek’; Duits Waffel ‘gebak; wafelijzer; wafeldoek; wafelpatroon’; Deens vaffel ‘gebak; wafelpatroon’; Noors vaffel ‘gebak’; Zweeds våffla ‘gebak’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins vohveli ‘luchtig gebak’ <via Zweeds>; Frans gaufre ‘(stroop)wafel’ Frankisch; Russisch váflja ‘gebak; (Bargoens) oraal-genitaal contact’; Oekraïens váflja ‘geruit gebak’ <via Russisch>; Azeri vafli ‘geruite droge koek’ <via Russisch>; Lets vafele ‘geruite droge koek’ (uit Nederlands of Duits); Litouws vaflis ‘geruite droge koek’ <via Duits>; Litouws gofras ‘dun plaatijzer gebruikt in de bouw’ <via Frans>; Grieks gkofreta /gofréta/ ‘(stroop)wafeltje’ <via Frans>; Grieks bafla /vafla/ ‘gebak’ <via Amerikaans-Engels>; Esperanto vaflo ‘gebak’ <via Duits>; Turks gofret ‘gebak met wafelpatroon’ <via Frans>; Madoerees bapēl ‘gebak’; Makassaars bâbelé, mâbelé ‘wafel van tot deeg gemaakt meel met eieren en suiker, dat in een vorm wordt gedaan die op een kolenvuurtje wordt gezet’; Japans † wāferu, wāheru ‘gebak’; Amerikaans-Engels waffle ‘gebak’; Papiaments † wafel ‘gebak’.

N. van der Sijs (2009), Yankees, cookies en dollars, Amsterdam

Amerikaans-Engels waffle, krokant gebak gemaakt van pannenkoekbeslag en gebakken in een wafelijzer, warm gegeten met boter of stroop (Craigie, Webster).
- Van Nederlands wafel ‘luchtig, plat gebak met een ruitjespatroon’; overgenomen in de zeventiende of achttiende eeuw en nog zeer verbreid.
* De Nederlandse gebaksnaam wafel is afgeleid van weven en is verwant met Duits Wabe ‘honingraat’. Die betekenis heeft wafel ook in Nederlandse dialecten, en daarom veronderstelt men dat de wafel genoemd is naar de honingraat, vanwege de gelijkenis in vorm.
De Hollanders namen hun wafels mee naar Amerika, en kennelijk maakten zij van het bakken van wafels een heel feestje, want de eerste keren dat het woord wafel in het Amerikaans-Engels is aangetroffen, is in de samenstellingen waffle frolic en waffle party. Nog tot zeker eind negentiende eeuw werden waffle parties gehouden.
1744 We had the wafel-frolic at Miss Walton’s talked of before your departure.
1744 For my own part I was not a little grieved that so luxurious a feast should come under the name of a wafel frolic. (OED, die een Amerikaanse bron citeert)
1808 They are going to have a fine waffle party on Tuesday.
1882 She tells him of ‘little waffle parties’ formed by her intimates.
In de Lage Landen werden en worden wafels zowel warm als koud gegeten, en kan men er boter en/of suiker op doen, maar dat hoeft niet. Het gebruik om warme wafels met boter of stroop als ontbijt te nuttigen, is ontstaan in de VS. Al in de negentiende eeuw wordt daarover bericht.
1817 Waffles (a soft hot cake of German extraction, covered with butter).
1870 The Americans are all fond of molasses; using them regularly at breakfast and supper to their buckwheat cakes and waffles.
1906 Before she could reply, Sarah came in with hot waffles.
De wafels worden gebakken in wafelijzers - een woord dat samen met de wafelbakkerij door de Nederlanders is meegenomen naar de VS. Waffle iron is een halve vertaling van het Nederlandse wafelijzer. In het oudste citaat is sprake van woffle iron, waarin de Nederlandse a, zoals zo vaak, veranderd is in o (vergelijk boss).
1794 Woffle irons [advertised].
1828 Heat your waffle-iron ... Shut the iron tight, and bake the waffle on both sides.
1889 One of the commonest decorations of the nation was the waffle-iron face.
Het werkwoord to waffle kreeg volgens Flexner (1976: 266) in de jaren zestig van de vorige eeuw de betekenis ‘besluiteloos zijn of niet durven kiezen in een geschil om iedereen te vriend te houden’; deze betekenis is in iets andere vorm nog bekend, want een van de vele betekenissen die onder waffle worden vermeld in het Urban Dictionary 2009 is: ‘overlopen; vandaag iets steunen en morgen ertegen zijn.’

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

wafel. De gebaksnaam wafel is afgeleid van weven en is verwant met Duits Wabe 'honingraat'. Die betekenis heeft wafel ook in Nederlandse dialecten, en daarom veronderstelt men dat de wafel op grond van vormgelijkheid is genoemd naar de honingraat. Het woord wafel is halverwege de vijftiende eeuw voor het eerst in een Nederlandse tekst aangetroffen, maar in 1383 is in Kortrijk al sprake van een waferyser 'wafelijzer'. Dat het woord in het Nederlands nóg ouder is, blijkt echter uit het feit dat het al in 1185 is geleend door het Frans als walfre 'gebak'. De tegenwoordige Franse vorm luidt gaufre en betekent zowel 'gebak' als 'honingraat'.

De gebakssoort wafel was kennelijk een Nederlandse specialiteit: de naam ervoor is behalve in het Frans in nog veel meer talen overgenomen. In de vijftiende eeuw is wafel overgenomen door het Middelnederduits, en in de zestiende eeuw door het Hoogduits (als Waffel). In 1642 is in het Zweeds wåffla aangetroffen, in het Deens en Noors kent men vaffel (zie illustratie 22: Noors vaffelis is 'ijswafel'). Het Fins heeft vohveli geleend uit het Zweeds. De Japanners noemden het gebak vroeger wâferu, wâheru, maar tegenwoordig gebruiken ze het Engelse leenwoord waffuru. In 1717 heeft het Russisch het woord als vaflja geleend, met als afleiding vafel'nica 'wafelijzer'. Uit onderzoek van de taalkundige Dovhopolyj blijkt dat dit woord momenteel in het Russische Bargoens de betekenis 'oraal-genitaal contact' heeft, waarbij ook de afleidingen van het woord, zoals vafel'nica en vaflist, allerlei obscene betekenissen hebben gekregen.

De Hollanders namen hun wafels mee naar Amerika, waar het woord in 1744 voor het eerst genoemd werd in het Amerikaans-Engels als waffle. Sinds 1794 is daar ook waffle-iron bekend.

Zie ook stroopwafel.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wafel* gebak 1450 [MNW]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1114. Een (groote) keel opzetten,

d.i. hard beginnen te schreeuwen; vgl. Vondel VIII, 586: De mackers volgen hem al roepende, en elck zette een keel op; Halma, 258: Eene groote keel opzetten, hard schreeuwen, crier bien fort, waarin opzetten de beteekenis heeft van openzetten, openen; Harreb. I, 390; Afrik. een keel opset; vgl. 18de eeuw: eene keel of een bakkes openzetten, vervaarlijk schreeuwen; Teirl. II, 124: de keel opezetten, de keel openzetten, zeer hard schreeuwen; een keel opzetten als een mager varken (in Nkr. III, 1 Mei p. 2) en de bij Sewel, 610 vermelde zegswijze ‘een leelyke mond opzetten, iemand leelyk toesnaauwen’. Syn. was in de 17de eeuw een keel, een klok opsteken. Thans ook een wafel opzetten of opscheuren; vgl. Nkr. II, 11 Oct. p. 2: Voor wat staat ie op z'n achterste pooten en zet ie zoo'n wafel op? Eng. to set up one's throat.

2509. Houd je wafel (of waffel) dicht!

d.w.z. houd je mondIn de 17de eeuw is wafel, waffel in dezen zin zeer gewoon; vgl. o.a. Brederoo, II. 59, vs. 1251; Coster, 212, vs. 141: Wellan Vryer wy sellen ierst wat speulen mette wafel (eten); Focq. II. 10; 48; Avant. II, 121; Rusting, 12, 26, 29, 142, 162, enz. enz.; Frequ. I, 351; 873.. Vgl. Menschen zooals er meer zijn, bl. 79: Hoor eens, Stuur, zei ik ‘als je nou kwaad van dat meisje spreekt.... dan geef ik je er een vlak voor je dikke wafel, hoor; Nw. Amsterdammer, 13 Maart 1915 p. 3 k. 1: Zij slaan in vervoering op de tafel, schreeuwende: hou jij je wafel! Nkr. II, 11 Oct. p. 2: Voor wat staat ie op z'n achterste pooten en zet ie zoo'n wafel op? IX, 11 Sept. p. 2: Stop nou maar je waffel; hier hei je wat souse mangelen; Köster Henke, 74: Hou je waffel dicht; Lev. B. 135: Hou jij nou ook je wafel, anders krijgen we nog meer heibel; Jong. 152: Hou toch jelui waffels; bl. 183: Hou je waffel, stommeling! Jord. II, 364: Hij verzocht voor eenige momenten de toeters, de trechters, de waffels en de kleppers dicht te houden; B.B. 194: Hou je wafel dicht of ik sla je er vierkant voor (op bl. 175: Ik wou dat je je falie dicht hield); Het Volk, 26 April 1913 p. 3 k. 2; Handelsblad, 11 Febr. 1920 (A) p. 13 k. 2; De Vries, 104: waffel, mond; Boekenoogen, 1179; fri. hâld dyn waffel; in slach foar de waffel naast een ww. waffelje, wauwelje, wauwelen, babbelen, zijn wafel roerenSyn. is in 't Friesch gaffel; ook in Zuid-Nederland (De Bo, 337).. Zie no. 1538.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal