Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vuilboom - (plant)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vuilboom* [plant] {1591} zo genoemd vanwege de uitwerking van de schors op de dikke darm (de schors werkt laxerend), vgl. sporkeboom, sporkehout.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vuilboom znw. m., vooral in Oost-Nl. naam voor Frangula alnus, daarnaast ook voelboom (Salland), voelboum (Gron.), vgl. nhd. faulbaum. — Daarnaast staan de namen stinkboom, stinkhout, stinkert, evenals nhd. stinkbaum. — De naam is dus een samenstelling van de stam van stinken en boom. — Een andere naam is sporkeboom.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

voelboom vuilboom (Oost-Nederland, Walcheren, Zuid-Holland). = Triers faulbaum ‘id.’, oeng. fûlbéam ‘id.’. Zo genoemd omdat hij stinkt. Vgl. een vuil ei, gron. stinkholt ‘id.’ en fra. dial. boy pudent ‘id.’ (boy = fra. bois ‘hout’; pudent = lat. pûtentem ‘stinkend’ vierde nv.).
Saxo-Frisia III 68-71.

Thematische woordenboeken

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Sporkehout (vuilboom), Rhamnus frangula
Rhamnus: Latijnse vertaling van van het Griekse woord rhamnos waarmee enige gedoornde struiken mee worden aangeduid, mogelijk Rhamnus-soorten.
Frangula: dit woord is afgeleid van het Latijnse woord frango dat breken betekent.
Sporkehout: Naast Sporkehout wordt deze kleine boom ook wel Vuilboom genoemd. Deze twee namen lijken geheel verschillend van elkaar maar hebben dezelfde realiteit op het oog. Naar een Vlaamse kruidenkenner en geneesheer werken de schors en bessen sterk laxerend bij inwendig gebruik. Hiermee is de naam Vuilboom te verklaren. De naam Sporkehout betekent precies hetzelfde. Het is van de Romeinen overgenomen die spraken van ‘spurcur’ of ‘vuil’ en in februari werden de ‘spurcalia’ of ‘reinigingsfeesten’ gevierd.

E. Paque (1913), De Vlaamsche volksnamen der planten van België, Fransch-Vlaanderen, Noord-Brabant, Hollandsch-Limburg, enz., Bijvoegsel, Brussel

Vuilboom, m. — Beeringen en omstr. — Id. als Haveresch (Vl. Wk.).

E. Paque (1896), De Vlaamsche volksnamen der planten van België, Fransch-Vlaanderen en Zuid-Nederland, Brussel

Vuilboom, m. — Te Poppel. — Cerasus Padus DC. ; fr. Cerisier à grappes; vulg. Mérisier à grappes; vl. Tropjes-Kersenboom of Hondskers. — “Het hout geeft eenen vuilen geur als men het van de schors ontbloot.” — (Vits, Mém. cour. inéd.)

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal