Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vraag - (uiting van behoefte iets te weten te komen)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vraag znw. v., mnl. vrâghe v., mnd. vrāge, ohd. frāga (nhd. frage ofri. frēge v. — Afl. van vragen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vraag znw., mnl. vrâghe v. = ohd. frâga (nhd. frage), mnd. vrâge, ofri. frêge v. “vraag”. Bij ’t ww. vragen, mnl. vrâghen, ohd. frâgên en frâhên (nhd. fragen), os. frâgon, ofri. frêgia “vragen”. Evenals os. gi-frâgi, ags. ge-fræ̂ge, on. fræ̂gr “beroemd” een dehnstufige vorm, verwant met os. frëgnan, ags. frignan, on. frëgna, got. fraíhnan “vragen”. De n was oorspr. praesensvormend. Met vorsen en vergen van de idg. basis pereḱ-, waarvan ook ier. arco “ik smeek”, lat. precor “id.”, gr. theo-própos “voorspeller” (*-proḱ-wo-), obg. prošą, prositi, lit. praszaũ, praszýti “verzoeken”, arm. harsn “verloofde, jonggehuwde, schoondochter”, oi. prac̣ná- “vraag”. Een germ. nomen actionis is ags. freht v. “orakel”, on. frêtt v. “vraag, ’t uitvorschen”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vraag. Bij mnl. vrâghen enz. adde: ags. (laat-north.) gefrâgian ‘te weten komen’. Naast ags. frignan ook (north.) frëgnan. Ags. freht ‘orakel’ is o. Met dezelfde vocaalphase als vraag oi. prâd-vivâka- ‘rechter’ (Meillet MSL. 18, 315 vlg.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

vraog (zn.) vraag; Middelnederlands vraghe <1350>.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

vraag ‘kwestie, probleem’ (Duits Frage); (een brandende --) (vert. van Frans une question brûlante)

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

vraag

In de zin van ‘probleem’, bijv. in ‘de vragen van de dag’ is vraag een vrij jong woord, dat men vanaf de jaren ’50 slechts in 3 woordenboeken vindt. Volgens Van Dale is het een germanisme (D. ‘die Fragen des Tages’). Ook het WNT wijst op de Duitse afkomst van deze betekenis. Slechts Jansonius vermeldt het zonder verdere aantekening.

W. de Vreese (1899), Gallicismen in het Zuidnederlandsch, Gent

doen (XII) (eene vraag doen). - In het Fransch zegt men wel faire une question à quelqu’un, maar in het Nederlandsch eene vraag tot iemand richten. || Nu deed Julian West aan Dr. Leete de vraag: Maar hoe regelt gij de loonen? geiregat, Maatschapp. Vraagst. 18. Ik ga u eene vraag doen en zou gaarne hebben dat gij mij zonder omwegen de volle waarheid bekennet, MILLECAM, Finh. en Lieder, 2, 96.

[verkeerd gebruik van een voorzetsel o.i.v. het Frans]
vraag. - Bij het werkwoord vragen staat een oorzakelijk voorwerp met het voorzetsel naar; men zegt dus ook een vraag naar iets, b.v. er is veel vraag naar dit artikel. In eene andere beteekenis staat bij vraag eene bepaling met uit b.v. in: eene vraag uit de geschiedenis, uit de natuurkunde enz., d.i. een vraag, tot iemand gericht, betreffende een punt uit de geschiedenis, uit de natuurkunde enz. In dit laatste geval hoort men in Zuid-Nederland, vooral onder onderwijzers en leerlingen, zeer vaak een vraag van geschiedenis, van natuurkunde enz., wat een vertaling is van fr. une question d’histoire, de physique enz. || Wel gebeurde het, dat ik de (sic) leerlingen thuis eene vraag van geschiedenis of natuurkennis te beantwoorden gaf, EEN RUSTEND ONDERWIJZER in De Toekomst 35, 292.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vraag ‘uiting van behoefte iets te weten te komen’ -> Zweeds fråga ‘uiting van behoefte iets te weten te komen’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands vraag ‘uiting van behoefte iets te weten te komen’; Sranantongo frâg ‘uiting van behoefte iets te weten te komen’.

Dateringen of neologismen

R. Schutz (2007), Brekend nieuws, Nijmegen

frequent gevraagde vragen. Letterlijke vertaling van Engels frequently asked questions = veelgestelde vragen; Nou de meest frequent gevraagde vragen:; - waar komen wij vandaan?; - waar gaan wij naartoe?; - wat eten we vandaag? (2001); Klik hier om naar de Frequent Gevraagde Vragen te gaan...

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2480. Door (of met) vragen wordt men wijs.

Deze gedachte wordt ook uitgedrukt door die weten wil, moet vragen of met vragen gaat men ver (Harrebomée III, 79), welk laatste gezegde in de 16de eeuw wordt aangetroffen bij Goedthals, 50: Met vraghen gaetmen verre, qui cerche, il trouve. In de 16de eeuw kende men ook: veel vragens wijst zeere (Harreb. III, 307); 17de eeuw, evenals thans: men wordt door vragen wijs (zie Vondel, Leeuwendalers, 32); vgl. verder V.d. Venne, 132 a: t Vragen maeckt kenlijk; Cats II, 166 b: Met vragen wort men wijs.... maer onwaert (onbemind); Sart. II, 3, 11: Al vraghende coemt-men te Romen; Tuinman I, 29: Met vragen komt men te Romen; (Ndl. Wdb. XIII, 995); Bierh. 9 (18de eeuw): Het oude spreekwoord, dat zegd, met vraagen komt men te Roomen (zie Wander I, 1096 en Antw. Idiot. 1404: met vragen komde te Roomen) of door vragen wordt men wijs, of onwaard (zoo bij Gruterus II, 138; in de Prov. Comm. bl. 44: vele vragens onwaert sere); vgl. ook Wander I, 1094: durch Fragen wird man klug (aber unwerth); kol. 1098: wer vil fragt, der wirdt gelehrt, aber unwerth (oder unangenem); de vêl fragt, wart vêl wîs; mit Fragen kommt man durch die Welt; fr. en demandant ont va à Rome. Voor Zuid-Nederland vgl. Waasch Idiot. 724: met vragen wordt men wijs. (Aanv.) Mlat. si fari scimus, bene Romam pergere quimus.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal