Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vorster - (houtvester, bosopziener)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vorster m., uit Hgd. förster, van forst, Ohd., Os. id. = bannwald, gelijk Fr. forêt, uit Mlat. forestis = voor den vorst gereserveerd bosch, van Lat. forum, dat in ʼt Mlat. ook als vertaling van bann diende.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

foester, zn.: venter die kippen en konijnen verkoopt. Uit voster < Mnl. vorster ‘boswachter, veldwachter’, die misschien wilde konijnen ving en verkocht.

vurster, voster, vuster, zn.: veldwachter; politieagent. Mnl. vorster, vurster, voster ‘houtvester, boswachter, opzichter over de velden’, Vnnl. vorster, forster ‘veldwachter’ (Kiliaan). E. forster, D. Förster. Afl. van vorst ‘bos, woud’, Os., Ohd. forst < Mlat. forestis > Fr. forêt, afl. forestier.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal