Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

voorhoede - (voorste deel (van een leger))

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

voorhoede* [voorste afdeling] {vorehoede [voorhoede van een leger] 1470} van voor2 + hoeden [behoeden, bewaken, beschermen].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

voorhoede s.nw.
1. Voorste deel van 'n leër of vloot. 2. (fig.)
Persone wat op die voorpunt vir 'n saak stry. 3. Voorspelers in 'n sportspan.
Uit Ndl. voorhoede (al Mnl. in bet. 1, 1733 in bet. 2, voor 1921 in bet. 3), 'n samestelling van voor 'voor' en hoede, met lg. van die ww. hoeden 'bewaar, beskerm'.
D. Vorhut.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

voorhoede (vert. van Frans avant-garde)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

voorhoede* voorste deel (van een leger) 1470 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal