Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

volte - (wending)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

volte zn. ‘wending’
Nnl. volte ‘draai van een paard’ in de Volten of Ringen (die aen 't eynd des reghten weghs gemaeckt werden, om 't Paerd weer nae den gedaghten reghten wegh om te wenden) [1671; iWNT]; nnl. ook ‘snelle wending (gebruikt in de schermsport)’ in ik maak een volte, twee pas en een soort van een fleurette [1703; Heinsius].
In diverse betekenissen ontleend aan Frans volte, o.a. ‘hele draai van een paard’ [1433; TLF], ‘draai om de as’ [1548; TLF], ‘soort dans’ [1554; TLF], dat zelf ontleend is aan Italiaans volta in zijn oude betekenis van ‘wending’, ‘draai’ (meer bepaald bij het ploegen), nu voornamelijk ‘keer, maal’ en nog weinig frequent in de betekenis van ‘draai’, een afleiding van voltare ‘draaien, springen’. Het werkwoord is ontwikkeld uit vulgair Latijn *volvitāre ‘id.’, een frequentatief bij klassiek Latijn volvere ‘draaien, rollen’.
Latijn volvere is verwant met: Gotisch -walwjan ‘rollen’, zie → walgen; Grieks eileĩn ‘wentelen, rollen, draaien’; Oudiers fillid ‘buigen’; Armeens egel ‘hij draaide’; < pie. *uel- ‘draaien, rollen’ (LIV 675), volgens LIV te onderscheiden van de wortel *uelH- van onder meer → wellen 1.
Andere Nederlandse woorden die teruggaan op volvere zijn → evolutie, → revolutie, → revolver, → volume.
Lit.: N. Heinsius (1703), Den vermakelijken avanturier, Amsterdam, 2, 48

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

volte [wending] {1654} < frans volte < italiaans volta (vgl. voltigeren).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

volte znw. v., mnl. volte, vulte met suffixverandering (zoals in breedte) uit een ouder *vullede vgl. onfrank. fulletha v. ‘overvloed’, mnd. vullede ‘volheid, overvloed’, ohd. fullida v. ‘consummatio, supplementum’. — Afl.van vol 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

volte znw., mnl. volte, vulte v. Met suffixverandering (vgl. hoogte) en o naar vol voor mnl. *vul(le)de v. = onfr. fulletha v. “abundantia”, ohd. fullida v. “consummatio, supplementum”, mnd. vullede v. “volheid, overvloed”. Van vol.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

volte (Frans volte)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

volte wending 1654 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal