Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

voegwoord - (conjunctie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

voegwoord zn. ‘conjunctie’
Mnl. eyn samen voighing [1477; Teuth.]; vnnl. voegher [1571; Heyns], voeg-woordeken [1658; Dibbets 1995], voegwoorden [1706; Moonen].
Samenstelling van de stam van → voegen en → woord, gevormd als vertaling van Latijn coniunctiō ‘verbindingswoord; het verbinden van twee zinsdelen’, algemener ‘het verbinden’, afleiding van coniungere ‘verbinden, laten overeenstemmen’, gevormd met → com- bij iungere, dat verwant is met → juk. Als taalkundige term is het Latijnse woord op zijn beurt een leenvertaling van Grieks súndesmos.
De door taalkundigen voorgestelde Nederlandse vertalingen voor de vakterm conjunctie ‘onverbuigbaar woord dat dient om woorden of zinnen met elkaar te verbinden’ zijn te verdelen in termen met voeg- (zie boven) en met koppel-, bijv. koppeling, koppelwoord [1584; Twe-spraack], koppelinge [1625; Van Heule]. Daarnaast nog aenbindich woort [1568; Radermacher]. Heyns' voegher (1571) heeft geen school gemaakt, evenmin als bijv. zijn naamvalstermen noemer, ghever enz., die wel kort zijn, maar zich als vakterm te weinig onderscheiden van het gebruik in het publieke domein.
De voegwoorden worden onderverdeeld in nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden, die resp. twee syntactisch gelijkwaardige en ongelijkwaardige elementen verbinden. Het onderschikkend voegwoord wordt ingedeeld naar de soort bijzin die het inleidt: oorzakelijk, van tijd enz., in reeksen als bijvoorbeeld Van Heule (1625) aangeeft: Aenhechtende, Scheydende, Strijdige, Oorzaekelicke en Bespreekelicke Koppelingen.
Lit.: Dibbets 1995, 317

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

voegwoord* [conjunctie] {1666} gevormd van voegen + woord1, ter vertaling van latijn coniunctio [aanvoeging, verbinding] (vgl. conjunctie), vgl. hoogduits Fügewort.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

voegwoord (vert. van Latijn coniunctio of verouderd Duits Fügewort)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

voegwoord* conjunctie 1666 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal