Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vlotten - (voorspoedig verlopen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

vlotten ww. ‘voorspoedig verlopen’
Mnl. vloten ‘drijven, dobberen’ [1240; Bern.], in die dode zee ... Dar ne mach ghen scip in varen. No niet vloten ‘... daar kan geen schip varen en ook niet drijven’ [1285; VMNW], vlotten ‘drijven, dobberen’ in dat hi al gehel int water vlot ‘dat hij in z'n geheel op het water blijft drijven’ [1287; VMNW], ‘over water vervoeren’ in vlottede oft voerde ‘vervoerde per schip of per wagen’ [eind 14e eeuw; MNW], ‘stromen, vloeien’ [ca. 1483; MNW]; vnnl. vlotten ‘los, ruim om het lichaam hangen’ in kleedingh, niet vlottende ‘kleding die niet ruim om het lichaam hangt’ [ca. 1635; iWNT], ‘voorspoedig verlopen’ in 't welk jk denk haest vlotten zal, om dat de som kleen is ‘(de betaling), die voorspoedig zal verlopen omdat het om een kleine som geld gaat’ [1636; iWNT]; nnl. 't Wou ... niet vlotten ‘het wilde niet lukken’ [1710; iWNT].
In mnl. vloten zijn twee zwakke werkwoorden samengevallen, gebaseerd op verschillende ablautstrappen van de stam van het sterke werkwoord → vlieten (oorspr.) ‘drijven; stromen’. Enerzijds Proto-Germaans *flutōn- ‘drijven, dobberen’ met *-u- > mnl. -o- en rekking in open lettergreep. Anderzijds het causatief bij datzelfde werkwoord, dus Proto-Germaans *flautijan- ‘doen drijven’. De vorm vlotten (ook in het Middelnederduits) is wrsch. ontstaan onder invloed van het zn.vlot 1.
Uit pgm. *flutōn-: mnd. vloten; nfri. flotsje; oe. flotian (ne. float) alle ‘drijven, dobberen, zwemmen e.d.’; on. flota ‘te water laten’ (nno. flote ‘over het water vervoeren’).
Uit pgm. *flautijan-: mnd. vloten, vlöten ‘over water vervoeren; doen drijven; doen vloeien’; mhd. vlœzen ‘doen vloeien’ (nhd. flößen); on. fleyta ‘doen drijven’ (nno. flöte/fløyte).
In de overgankelijke betekenis ‘over water vervoeren’ is vlo(t)ten verouderd. De onovergankelijke betekenissen ‘drijven, stromen, vloeien’, zelf verouderd, leidden tot de huidige overdrachtelijke betekenis. Deze ontwikkeling is vergelijkbaar met die van gaan, lopen, verlopen e.d., die alle op dezelfde manier gebruikt kunnen worden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vlotten* [omgeven zijn van water, voorspoedig verlopen] {vlotten, vlutten [vloeien, stromen, drijven, varen, te water vervoeren] 1201-1250; als ‘voorspoedig verlopen’ 1636} naast middelnederlands vloten; ablautend bij vlieten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vlotten ww., mnl. vlotten, vlutten ‘vloeien; drijven; zwemmen; varen’ onder invloed van vlot naast het oudere mnl. vlōten ‘drijven, zwemmen, varen, stromen’, mnd. vlōten oe. flotian (ne. float), on. flota ‘drijven’, dat abl. naast vlieten staat.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vlotten ww. Secundaire, reeds mnl. mnd. vorm (ontstaan als vatten, in ’t Mnl. mede onder invloed van ant vlot; zie vlot II) naast mnl. vlōten “drijven, zwemmen, varen, stroomen” (nog dial.: Zaansch), mnd. vlōten = ags. flotian (eng. to float), on. flota “drijven”. Ablautend met vlieten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1vlot ww.
1. As 'n versameling balke, planke, bome, ens. wat aan mekaar vasgemaak is en as vervoermiddel in water gebruik word, vervoer of laat dryf. 2. Goed verloop, sonder moeite afgehandel word.
Uit Ndl. vlotten (1552 in bet. 1, 1636 in bet. 2), in bet. 2 so genoem omdat, wanneer iets goed verloop of sonder moeite afgehandel word, dit aan iets herinner wat in water dryf wat diep genoeg is en dus nie die bodem raak wat dit kan rem nie.
Eng. float (1100).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vlotten* drijven 1240 [Bern.]

vlotten* voorspoedig verlopen 1636 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal