Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vitaliteit - (energiek; van primair belang)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

vitaal bn. ‘energiek; van primair belang’
Vnnl. vitael ‘levend’ [1553; WNT], ‘kenmerkend voor het leven of de levenskracht’ in De vitale faculteyt oft die 't leuen onderhout is ghelegen inde pols ‘het levensvermogen of het vermogen dat het leven in stand houdt ...’ [1568; iWNT]; nnl. vitaal ‘essentieel, van primair belang’ in de vitale principes van Hollands welvaren [1832; iWNT], doordrongen ... van het vitale belang der zaak [1902; iWNT], ‘levenslustig, energiek’ in dat mijn vitale natuur zich weer had hersteld [1932; iWNT], Een bleek, weinig vitaal kind, dat zonder tegenpruttelen aan het handje loopt [1936; iWNT].
Ontleend, al dan niet via Frans vital ‘betreffende het leven’ [eind 13e eeuw; TLF], aan Latijn vītālis ‘id.’, een afleiding van vīta ‘leven’, zie → vief.
De oorspr. betekenis bestaat vooral nog in enkele vaste verbindingen, bijv. vitale delen ‘de lichaamsdelen die voor het leven het belangrijkst zijn’. Hierbij kon de overdrachtelijke betekenis ‘van primair belang’ ontstaan.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vitaliteit [levenskracht] {1824} < frans vitalité [idem] < latijn vitalitatem, 4e nv. van vitalitas [levenskracht, vitaliteit], van vitalis [vitaal], van vita [leven] (vgl. vitaal).

Thematische woordenboeken

Ch.F. Haje (1932), Taalschut, schrijf weer Nederlandsch, Leiden

Modewoorden
Innerlijk beschaafde en werkelijk ontwikkelde menschen zullen een modewoord dadelijk herkennen en het van stonde aan schuwen. Modewoorden nestelen zich altijd in het spraakgebruik van den halven beschaafde en van den schijnbaar ontwikkelde. Bij dezen tieren ze korter of langer al naar gelang het ruwe volk er sneller of langzamer bij is om ze over te nemen. Eenmaal daar aangeland en onverschillig wat er verder met hen gebeurt, houden zij op modewoorden te zijn, want het modewoord is onafscheidelijk van de burgerlijkheid. Ook als wat nu en dan gebeurt, een modewoord wordt toegelaten tot het idioom der aristocratie, raakt de algemeen beschaafde taal het kwijt.
Modewoorden worden voor de meerderheid aan vreemde talen ontleend. Onder degene, die tegenwoordig hun goeden tijd genieten, noemen wij in dit bestek de navolgende:
Duizendkoppig, in onze dagbladen schering en inslag bij “menigte”, naar het thans in het Duitsch reeds sterk afgesleten tausendköpfig . - Eivol, ook duitschig: is de volte in een zaal vergelijkbaar bij de volte in een ei? - Eventueel, kort geleden ijselijk in de mode, thans wat aan het verloopen. - Funest, staat in vollen bloei en riekt naar alle soorten van akeligheid. - Geesteshouding en haar zusje levenshouding, die onze schrijvers dienen om zich af te maken van onderscheidingen als geestesleven, geestesrichting, levensbeschouwing, levensbeginselen, levenswandel, levensdoel, levenskennis. - Huis in myriaden samenstellingen: sigarenhuizen, dekenhuizen, stoffenhuizen, modehuizen, couponhuizen, lingeriehuizen, behangselhuizen, schoenenhuizen. - Involveeren > Ned. met zich meebrengen, meebrengen. De toestand der financiën involveert die maatregelen > uit dien toestand vloeien voort, spruiten voort. - Jeugd in verbijsterend getal van samenstellingen: jeugdbeweging, jeugdbond, jeugddag, jeugdcentrum, jeugdherbergen, jeugdcriminaliteit, jeugdschrijver, jeugdjaren, jeugdnummers, jeugdtooneel, jeugdaftrek (?), jeugd-kerkeraad (?). jeugdkerk voor ouderen (!). - Kapsijzen > kantelen, omslaan, waar de mode nog niet stellig weet te kiezen tusschen de spellingen kapsijsen, kapzijsen, kapzijsen, kapzeisen.- Mentaliteit, dat het zeer naar den vleesche gaat en dat door elkaar gebruikt wordt voor aard, geäardheid, karakter, verstand, gedachtengang, gemoedsgesteldheid, gemoedsleven, zieleleven . - Percent: wij hebben thans onze 100% socialistische stadhuizen, onze 100% gelukte bloedproeven, onze voor 100% overleefde trams; onze voor meer dan 60% dit jaar geslaagde abituriënten, onze 50% gezonken levensmoed. - Pulseeren: pulseerend(e) bloed, leven, harten, watervallen, Corsicanen. - Qua: qua getrouwde man, qua voorzitter, qua Kamerlid, qua verfoeier van het militairisme, qua kikvorsch. - Realiseeren > begrijpen, beseffen, zich voorstellen, zich indenken. - Sabotage, ontleend aan Fransche pooierstaal met saboteeren > tegenwerken, ontwrichten, verlammen, moedwillig beschadigen. - Saneeren met saneering > zuiveren, redderen, op de been helpen, gezond maken . - Simplistisch > eenvoudig, oppervlakkig. - Soepel met soepelheid, versoepeling > lenig, rekkelijke, plooibaar, toegeeflijk, ruim, coulant, behoort vooral thuis in het modejargon van onze gemeenteraden. - Valuta: geld, munt, geldwezen, muntwezen wil de beursman niet meer kennen. - Versobering > beperking, inkrimping, vereenvoudiging, bezuiniging. - Vertroebelen, evenals het voorgaande bij onze aan politiek doende mannekes in hooge eere. - Vitaliteit > levenskracht, levensduur, levensblijheid behoort niet meer in de uitstalling van dames en heeren auteurs.
Een allerafschuwelijkste modeuitspraak krijgen zeven en zeventig: zeuven, zeuventig. Dat koopje heeft de taal te wijten aan de snuggerheid van telefonisten en omroepers.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vitaliteit ‘levenskracht’ -> Indonesisch vitalitét ‘levenskracht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vitaliteit levenskracht 1824 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal