Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

visueel - (betrekking hebbend op het zien)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

visueel bn. ‘betrekking hebbend op het zien’
Nnl. visuaal, visueel “tot het zien behoorende, het gezigt betreffende” [1847; Kramers], De Pleiaden ... zijn in ... nevelsluiers gewikkeld, waarvan er een in 1859 visueel, de andere ... fotografisch gevonden zijn [1913; WNT].
Ontleend aan Frans visuelm.b.t. het gezichtsvermogen’ [1545; TLF], ontleend aan Latijn vīsuālis ‘id.’, afleiding van vīsus ‘gezichtsvermogen’ bij het werkwoord vidēre ‘zien’, zie → visie.
visualiseren ww. ‘zichtbaar maken’. Nnl. visualiseeren ‘aanschouwelijk maken’ [1936; WNT], ‘een beeld in de geest vormen’ in elk bod van den partner moet men verwerken en moet ons in de gelegenheid stellen diens spel te visualiseeren [1937; Leidsch Dagblad]. Ontleend aan Engels visualize ‘aanschouwelijk maken’ [1817; OED], afleiding van visual ‘visueel’, dat dezelfde herkomst heeft als visueel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

visueel [m.b.t. het gezicht] {1847} < frans visuel [idem] < middeleeuws latijn visualis [idem], van visus [het zien] (vgl. visofoon).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

visueel b.nw.
Wat gesien kan word.
Uit Ndl. visueel (1847).
Ndl. visueel uit Fr. visuel (16de eeu) uit Middeleeuse Latyn visualis, 'n afleiding van visus 'die sien'.
D. visuell (19de eeu), Eng. visual (1412 - 1420).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Visueel (= M.E. Lat. visuális; vísus = het zien, gezicht; vidére = zien). Op het gezichtsvermogen betrekking hebbend; met behulp van de ogen waar te nemen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

visueel ‘m.b.t. het gezicht’ -> Indonesisch visuil ‘m.b.t. het gezicht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

visueel m.b.t. het gezicht 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal