Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vierschaar - (rechtbank)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2014-), etymologische artikelen, gepubliceerd op Neerlandistiek.nl

Etymologie: vierschaar

vierschaar zn. ‘rechtbank’
Oudnederlands in Latijnse context: virscarnam (1125, acc.), virscarnen (1153, nom.), virscarna (1193) ‘rechtbank’.
Vroegmiddelnederlands vierscharne (1254), vierscaerne (1294), vierscaren (1277), vierscarre (1278), vierscaer (1356) ‘rechtbank’, ‘gebied waarin een vierschaar jurisdictie heeft’. Het woord wordt in een groot deel van het Nederlandstalige gebied aangetroffen, al ligt het zwaartepunt in Vlaanderen, Zeeland en Holland. Uit Limburg ontbreken attestaties.
Nnl. vierscare (1516), vierscarre (1517), vierschair (1519) ‘rechtbank in eerste aanleg, schepenbank; rechtszaal; zitting’, ook ‘rechtbank’ in het algemeen. Door dissimilatie van r_r daarnaast Mnl. vierscael (NO-Nl., 1481–1483), Nnl. vierschale (Vlaanderen, 1510), vierschael (1528, Vorstermanbijbel). Verwante vormen: Middelnederduits vērschāre.
Samenstelling van vier ‘4’ en een tweede lid scharn ‘bank, toonbank’. In de 13e eeuw ontstond in een deel van de dialecten aa door rekking voor rn (cf. hoorn uit horn) of door anaptyxe (-scarn > -scaren), en in een deel van de vormen verdween n door assimilatie van rn tot rr (vgl. bernen > berren ‘branden’). Om al die redenen is het tweede lid van de samenstelling in de 14e-15e eeuw geherinterpreteerd als schare ‘schare, groep mensen’. De term heeft betrekking op de vier banken waarmee de gerechtsplaats oorspronkelijk werd afgeperkt. De expliciete samenstelling met vier is tot het Nederlands-Nederduitse gebied beperkt, en moet als verduidelijkende nieuwvorming naast scharne worden beschouwd. Dat blijkt uit de betekenis van Middelhoogduits schranne ‘met palen of slagbomen afgezette gerechtsplaats, gerechtsgebouw; afzetting binnen een rechtbank’, o.a. scrannen (1144, Thüringen), schrange (1276, Oostenrijk), unde sicht ein man den anderen in der shrannen stan ‘en ziet een man de ander in de rechtbank staan’ (na 1280, Schwabenspiegel), forsprechen in der schrann czwishen den vier penchen ‘het woord voeren in de rechtbank tussen de vier banken’ (1351, Wenen). Laatstgenoemde Weense tekst definieert de schrann expliciet als ‘tussen de vier banken’, en de uitdrukking ‘binnen de vier banken’ verwijst ook later nog in het hele Neder- en Hoogduitse gebied naar ‘rechtbank’.
Mnl. scharn ‘vleeshuis’ (1477), Nnl. scharn(e) ‘bank, vleesbank’ (Noordoost-Nl., 1558) wordt in het westelijk Nederlands niet los aangetroffen. Verwanten zijn Middelnederduits scharne, Oudhoogduits scranna ‘tafel, bank’, Mhd. schranne ‘toonbank; rechtbank’, Nhd. Schranne f. naast Hd. dial. schar(re)n, schranen ‘toonbank, snijtafel’. De r-omzetting van *skrann- tot *skarn- is regelmatig voor het Nederlands (cf. Mnl. bernen naast Hd. brennen ‘branden’).
De etymologie van Westgermaans *skrannō(n)- is onzeker. Omdat een ‘bank’ in principe bestaat uit een plank met twee schragen eronder, of zelfs uit een enkele schraag, verbindt men scharn met Nl. schraag ‘draagconstructie’, uit WGm. *skrag-an-, en met Hd. Schrank ‘kast’, Mnl. scrank(e) ‘onderstel’. Dan zou *skrannō(n)- ‘bank’ uit *skrang-n- komen, een afleiding bij de wortelvariant *skrang-. Dat -ngn- tot -nn- zou worden is echter onzeker. Een alternatieve mogelijkheid is om *skrann- uit *skrand-n- te verklaren, als afleiding bij het sterke ww. *skrendan ‘splijten’, vgl. Mnl. verschrinden ‘openbarsten’, teschrinden ‘uiteensplijten’, Ohd. skrintan, pret. skrant ‘barsten, splijten’, skruntun zn. ‘spleten’ mv. Dat zou fonetisch een aantrekkelijker oplossing zijn; voor de betekenis ‘bank’ moeten we dan een paar tussenstappen aannemen, van ‘afgespleten stuk’ via ‘plank’ tot ‘afzetting, bank’, vgl. splinter bij splijten.
Literatuur: Deutsches Rechtswörterbuch s.v. Schranne
[Michiel de Vaan, gepubliceerd op 15-06-2017]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vierschaar* [rechtbank] {vierschare, vierschaer, vierscharre, vierscharne [rechtbank, vierkant van vier banken waarbinnen recht wordt gesproken] 1254} het tweede lid middelnederlands scharn(e) [bank, vleesbank], middelnederduits scharn(e), oudhoogduits scranna, verwant met schrank en schraag. De uitdrukking de vierschaar spannen, middelnederlands ene banc, dat recht spannen [een zitting openen met inachtneming der formaliteiten] betekent mogelijk oorspr. het met een touw afspannen van de banken waarbinnen de beschuldigde stond.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vierschaar znw. v., mnl. vierscāre v. m., mnd. vērschāre v. Een oudere vorm is mnl. vierscarne, waarvan het 2de lid is mnl. (oostel.) scarne, mnd. scharne, ohd. scranna v. ‘bank’ (in het mnd. en oostel. mnl. vooral ‘bank voor het veilen van vlees’).

Dit woord bet. misschien eigenlijk ‘schraag van kruiswijs verbonden latten’ en is dan te vergelijken met mnl. schranke ‘schraag; staketsel, slagboom’, die men verbindt met de idg. wt. *(s)ker ‘draaien, buigen’ (IEW 936). — Het mnd. woord schijnt in Brandenburg thuis te horen, wat doet denken aan import door nl. kolonisten (W. Seelman Nd. Jahrb. 1926, 37-8). — Oudtijds werd recht gesproken in de open lucht op een daartoe gewijde ruimte, omgeven door aarden wallen, waarop de rechtsprekenden gezeten waren; later werden rondom banken aangebracht, vandaar de naam vierschaar. — Het woord vierschare aan de Midden-Elbe is import van nl. kolonisten vgl. Teuchert Sprachreste 306.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vierschaar znw., mnl. vierscāre v. m. = mnd. vêrschāre v. “vierschaar”. Ouder is de mnl. vorm vierscarne. Het tweede lid is mnl. (vooral oostelijk) scarne, mnd. scharne, ohd. scranna v. “bank” (mnd. en oostmnl. speciaal “bank, tafel voor ̓t veilen van vleesch e.dgl.”) en de oorspr. bet. is: “de 4 banken voor de rechterlijke beambten”. De oorsprong van ohd. scranna enz. is onzeker; met suffix idg. -nâ- van de bij schrander besproken basis voor “snijden”?

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vierschaar. De betrouwbare voorbeelden van mnd. vêrschāre, vierschāre zijn alle uit Brandenburg; het woord zal door ndl. kolonisten in het Mnd. zijn gebracht: W.Seelmann Ndd. Jahrb. 1926, 37 vlg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vierschaar v., Mnl. vierscare = het beluik van vier banken, waarbinnen het geding plaats had, terwijl de toeschouwers er omheen stonden. Scare geassim. uit *scaerne, Mnl. scarne + Ndd. scharne, scherne, Ohd. scranna = bank (Mhd. schranne = bank, met banken afgesperde ruimte): verwant met schrank en schraag.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Vierschaar, mnl. vierschare, eig. de ruimte gevormd door vier banken, waarin de rechtspraak plaats had ; men sprak van: de vierschaar spannen. Het woord schare is waarschijnlijk geassimileerd uit schaarne, dat in het oudere duitsch in de beteekenis van bank voorkomt.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vierschaar: de afsluiting door de 4 banken, waarbinnen oudtijds het rechtsgeding gevoerd werd. Dit schaar, Mnl. scare, is ontstaan uit het Nederduitsche scharne, metath. van ’t Ohd. scranna = bank.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vierschaar ‘rechtbank’ -> Duits dialect Vierschare ‘rechtbank’; Frans dialect † vierschaere ‘civiel tribunaal, belast met de rechtspraak in civiele of criminele zaken; rechtsgebied, waarover dit tribunaal de jurisdictie had’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vierschaar* rechtbank 1153 [Taal en Tongval 12, 1999, 35ff]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2394. De vierschaar spannen,

d.i. rechtspreken. Onder de vierschaar, mnl. vierscareMnl. Wdb. IX, 458., ook vierbank, verstond men de vier schepenbanken, waarmede men de rechtbank afzette; vgl. het ohd. scranna, stoel, bank, schepenbank; mhd. schranne, schrange, gerichtsbank; schrannen-sitzer, gerichtsbeisitzer; schrannenstap, gerichtsstab; mnd. scharne, vleeschbank, thans nog bekend in het hd. Fleischschranne, Brotschranne, en de nederd. uitdr. klagen binnen ver benken; vor die vier benke komen; in den vier benken en dergelijke. Met spannen, d.i. sluiten (zie no. 1284) wordt hoogstwaarschijnlijk bedoeld het met een touw omgeven van de banken, waarbinnen de beschuldigde stondGrimm, Rechtsalterth.4 II, 435-438; Noordewier, 334; 373; Mnl. Wdb. VII, 1641; Günther, 90 en Brill, die in het Nieuw Archief, 427 beweert, dat de afperking geschiedde door op schragen gelegde planken, welke, aldus nedergelegd, banken vormden; zie evenwel Ndl. Wdb. II1, 976.. Vgl. het mnd. de vêrschare (= de vêr scharnen) spannen, die vier Bänke des Tribunals hegenVgl. in het mnl. een gerechte hegen, de rechtplaats afstuiten of afheinen, haar voor de rechtzitting in gereedheid brengen; heimael (uit hegemael), vierschaar; zie Mnl. Wdb. III, 251; 272., Gericht halten; mnl. die vierscare openen, beslaen; Kiliaen: Vier-schaere, tribunal, forum iudiciale, forum iudiciarium, iudicum confessus, q.d. congregatio quatuor virorum nempe iudicis, actoris, rei, et scribae; aut praetoris, iudicis, accusatoris et rei: vel ut in Saxonia et aliis nonnullis locis olim, praetoris, et trium senatorum sive scabinorum; spannen de bancke oft vierschaere. Holl. j. bannen, forum agere, iura exercere. In Zuid-Nederland: veur de vierschaar komen, te voorschijn, voor de pin, voor den beetel komen (Waasch Idiot. 839). Vgl. voor de balie (oorspr. hekwerk) komen (zie no. 479).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal