Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verzen - (hiel; achterste deel van een paardenhoef)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

verzen zn. ‘hiel; achterste deel van een paardenhoef’
Onl. sia fersna min beuuarun sulun ‘zij zullen mijn hiel beschermen’ [10e eeuw; ONW]; mnl. versene ‘hiel, hak, enkel’ [1240; Bern.]; vnnl. versen ‘id.’ [1515; iWNT], waerom steect ghi dan tegen mijnen offer ... metten versenen ‘waarom ben je dan opstandig tegen mijn offer?’ [1528; iWNT], Die met my broot etet sal sijn versene teghen my opheffen ‘... zal zich tegen mij keren’ [1548; iWNT], de verssen teghen den prickel te slaen ‘weerspannig te zijn’ [1562; iWNT]; nnl. versen, veersen ‘achterste deel van een paardenhoef’ in De Veersenen zyn, de twee agterste en eenigsins verheeve partyen van den Voet, regt tegen over den Voorhoef [1763; iWNT].
Os. fersna (mnd. vers(e)ne); oe. fiersn; ohd. fers(a)na (nhd. Ferse); got. fairzna; alle ‘hiel, hak’, < pgm. *fersnō-, *fersni-.
Verwant met: Latijn perna ‘achterbout; weekdier met de vorm van een ham, mossel, oester’ (zie → parel); Grieks ptérnē ‘hiel’; Sanskrit pā́rṣṇi- ‘id.’; Avestisch pāšna- ‘id.’; Hittitisch paršna- ‘een zeker lichaamsdeel’. Lubotsky (2006) reconstrueert pie. *tspēr-sn- bij een samengesteld werkwoord *tsperH- ‘trappen met de voet’ (vanwaar pgm. *spur-nan- ‘id.’, zie → spoor 2), uit de nultrap van *pōd(s)- ‘voet’ (met assimilatie pds > ts) en *perH- ‘slaan, schoppen’. In het zn. is de eerste s dan door dissimilatie verdwenen.
Het woord is, behalve in enkele Brabantse dialecten (vessem, vas) en als vakterm in de paardenanatomie (meestal alleen het meervoud verzenen), verouderd. Het komt nog wel voor in de Statenvertaling in de uitdrukking de verzenen tegen de prikkels slaan ‘zich vruchteloos tegenover iets verzetten’ (Handelingen 9:5).
Lit.: A. Lubotsky (2006), “Indo-European ‘heel’”, in: R. Bombi e.a. (red.), Studi linguistici in onore di Roberto Gusmani, Alessandria, 1005-1010

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

vers, veersje, veesj, vas, vaas, zn.: hiel; hak. Br. vas heeft alleen de oorspronkelijke betekenis ‘hiel’. Door verscherping en assimilatie rs/ss. Onl. fersna, Mnl. versen(e), verssene, verse ‘hiel’, Vnnl. verssen, verssene, hiele (Kiliaan). Os. fersna, Oe. fyrsna, Ohd. fersana, Mhd. versen, Mnd. vers(e)ne, D. Ferse, Got. fairzna. Verwant met Lat. perna ‘heup, achterschenkel’, Gr. pterna, Oi. parsnih ‘hiel’. Idg. *pêrsn- ‘hiel’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

varsens, zn.mv.: hielen. Var. er/ar van Mnl. versen(e) ‘hiel’; zie vessem.

vessem, vas, zn.: hiel; ploegzool. Door verscherping en assimilatie rs/ss < Onl. fersna, Mnl. versen(e), verssene, verse ‘hiel’, Vnnl. verssen, verssene, hiele (Kiliaan). Os. fersna, Oe. fyrsna, Ohd. fersana, Mhd. versen, Mnd. vers(e)ne, D. Ferse, Got. fairzna. Verwant met Lat. perna ‘heup, achterschenkel’, Gr. pterna, Oi. parsnih ‘hiel’. Idg. *pêrsn- ‘hiel’.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

vers, vars, vjas, varsem, vessem, vessene hiel (Brabant, Limburg). = plechtig nl. verzenen (mv.), hgd. ferse ‘id.’, got. fairzna ‘id.’, ~ lat. perna ‘heup, ham’, gr. pterna ‘hiel’, oind. pârṣṇiṣ̌ ‘hiel’. De korte vormen ontstonden doordat vormen op -n als meervoud werden gereïnterpreteerd.
TNZN afl. 4, nr. 6, Weijnen 1937, 160-161, De Bont 1960, 685.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

De verzenen tegen de prikkels slaan of werpen, zich verzetten terwijl men zichzelf daardoor in moeilijkheden brengt, opstandig zijn.

Verzenen is het meervoud van het woord verzen, 'hak, hiel', als lichaamsdeel van zowel mensen als dieren (en de klemtoon ligt dus op de eerste lettergreep: vérzenen). Bij het ploegen gebruikte men een lange stok met daarop een prikkel om weerbarstige ossen aan te sporen tot verder lopen. De verzenen tegen de prikkels slaan is dus een bewuste handeling van verzet door de os, aangezien zij zere hielen veroorzaakt. De uitdrukking is in de bijbel als figuurlijke zegswijze gebruikt en komt al voor in de Deux-Aesbijbel (1562) en werd verder bekend door de Statenvertaling (1637), uit het verhaal van Saulus' (later Paulus, zie aldaar) tocht naar Damascus. God verschijnt aan de christenvervolger Saulus en vraagt hem waarom hij (Saulus) hem (God) vervolgt. Saulus vraagt daarop: 'Wie zijt ghy Heere? Ende de Heere seyde, Ick ben Jesus dien ghy vervolght. Het is u hardt de versenen tegen de prickels te slaen' (Statenvertaling (1637), Handelingen 9:5). De uitdrukking is nu enigszins verouderd.

Deux-Aesbijbel (1562), Handelingen 9:5. Het is dy hart de verssen teghen den prickel te slaen. (Deux-Aesbijbel (1587): verssenen, Statenvertaling (1637): versenen.)
De achteloze toon van het 'men moet toch al pratende iets gebruiken' heeft thans plaats gemaakt voor de polemische galm van een onbegrepene, die dan maar de verzenen tegen de prikkelen werpt. (Simon Carmiggelt, Kroeglopen. Amsterdam:De Arbeiderspers, 1962, p. 20.)
'Broeder,' zei Wijnhorst zuchtend, 'waarom wilt ge de verzenen tegen de prikkels slaan.' 'Ik sla niks,' zei mijn vader, 'ik sta.' (M. $t Hart, Het vrome volk, 1985 (1974), p. 86)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal