Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verluchten - (illustreren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

verluchten 1 ww. ‘illustreren’
Mnl. verlichten ‘licht doen schijnen op, verlichten’, als verlijgten, uerliegten, uerliechten [1240; Bern.], ‘met heldere kleuren beschilderen, met goud afzetten e.d.’ in verlicht met varwen diere ‘versierd met schitterende kleuren’ [1285; VMNW], enen waghen ... Mit goude verlicht ‘een wagen, versierd met goud’, den scilt ... Die verlucht was van lasuer ‘het schild, dat beschilderd was met azuur’ [beide 1465-85; MNW-R], scriven, bynden ende verlychten ‘schrijven, inbinden en illustreren’ [1471; MNW]; nnl. verluchten ‘(een tekst) versieren met miniaturen en initialen e.d.’ blijkens een bekwaam “verluchter” of miniatuurschilder [1854; iWNT] en in een missaal ..., keurig verlucht [1876; iWNT], verluchtten de handschriften met kapitale letters en miniaturen [1880; iWNT].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub e) van → licht 1 (bn. en zn.) ‘helder; schijnsel’, als leenvertaling van Latijn illūmināre ‘verlichten, versieren, verklaren’, zie → illumineren. Naar analogie van de nevenvorm lucht van licht ontstond ook verluchten naast verlichten.
De vormen met -u- raakten in het Vroegnieuwnederlands verouderd. In de 19e eeuw werd een bewust archaïserende vorm verluchten ‘opluisteren, versieren met initialen, miniaturen e.d., illustreren’ ingevoerd met betrekking tot oude handschriften (WNT).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verluchten* [(een geschrift) versieren] {1401-1450, naast verlichten} vertalende ontlening aan latijn illuminare, illustrare [verlichten].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verluchten ww. mnl. verluchten ‘boeken illustreren’ is een vertaling van lat. illūmināre, illustrāre.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verluchten (met schilderwerk versieren). Een reeds mnl. vertaling van lat. illûminâre. Zie licht II. Mnl. mhd. mnd. ook met de bet. “verlichten”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

verluchten. ”Lat. illûminâre”, lees: “lat. illûminâre, illustrâre”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

verluchteno.w., vertaling van Lat. illuminare, bij luchter en licht 1.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

verluchten (vert. van Latijn illuminare of illustrare)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verluchten* (een geschrift) versieren 1401-1450 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal