Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verloop - (het verstrijken van tijd; ontwikkeling)

Thematische woordenboeken

Ch.F. Haje (1932), Taalschut, schrijf weer Nederlandsch, Leiden

Verloop – Verloopen
Onder invloed van D. Verlauf dring verloop meer en meer door, waar onze taal het enkele loop (= gang) verlangt: Het verloop van een ziekte, van een vergadering, een wedstrijd, een proces, een gesprek.
Alleen wanneer men het op- en nedergaan, het rijzen en dalen van den loop eener ziekte of van eenige handeling bepaaldelijk wil aanduiden, kan men verloop bezigen, daar in het voorvoegsel ver- zulk een wisseling gelegen is, zooals we zien in: het verloop onder personeel; het verloop in die klasse is van het jaar gering geweest. (Er zijn weinige oude leerlingen heengegaan en weinige nieuwe bijgekomen.) Toch blijft ook bij een weloverdacht gebruik van verloop oppassen de boodschap, ten einde verwarring te voorkomen met verloop = achteruitgang, verval (het verloop van den handel, van de kunst).
Ook verloopen komen we telkens tegen op plaatsen waar de taal loopen, ook afloopen verlangt: Het gevecht is gunstig verloopen voor de Chineezen. De stemming verliep zuiver rechts-links. De zaak is toch nog bevredigend verloopen.
We lezen herhaaldelijk van vergaderingen, die rustig verliepen. Men wil dan meedeelen, dat het tijdens de vergadering rustig was, dat dus de vergadering rustig liep, in haar werk ging. (Vgl. dat horloge loopt regelmatig, die zaak loopt makkelijk, van een leien dakje). Maar men zegt eigenlijk, dat de vergadering rustig afliep, rustig uiteenging.
Eigenaardig is het opkomen van beloop in de kringen der geneeskundigen: de ziekte had een normaal beloop. Dat de medici verloop beginnen beu te worden, is best, maar zijn vervanging door beloop baat het Ned. weinig. Wel zegt beloop in: dit is ’s werelds beloop; een zaak op haar beloop laten, niet veel meer dan loop alleen, maar voor het overige geeft be- in beloop de omlijning, de afbakening van loop te kennen. Er wordt zoodoende een figuur in onze gedachte opgeroepen: het beloop van een gelaat, van een vaartuig, van een kust. Ook een rekening is omlijnd, is afgesloten, als men haar beloop kent.
Mogelijk is dit medische beloop hieruit te verklaren, dat onze dokters ook spreken van een ziektebeeld, een figuur dus, waarbij beloop wel zou passen. Echter is ziektebeeld zelf een uiterst verdachte samenstelling met beeld. De aard, het wezen eener ziekte, zich uitende in ziekteteekenen, ziekteverschijnselen, moest een Nederlander dat niet noemen: het geheel der ziekte, het ziektegeheel?

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verloop ‘het verstrijken van tijd; ontwikkeling’ -> Deens forløb ‘het verstrijken van tijd; ontwikkeling’ (uit Nederlands of Nederduits); Madoerees pērlop ‘het verstrijken van tijd; ontwikkeling’; Negerhollands die loop ‘het verstrijken van tijd; ontwikkeling’.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal