Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verleden - (bn. vorig; zn. voorbije tijd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

verleden bn. ‘vroeger, vorig’; zn. ‘de tijd die voorbij is’
Mnl. verleden ‘voorbijgegaan, verstreken’ in vp enen dach die verleden es ‘op een dag die (al) verstreken is’ [1285; VMNW verliden], den verledenen ceinse ‘de achterstallige belasting’ [1299; VMNW verleden II], verleden jaar ‘vorig jaar’ [1350-1400; MNW]; nnl. verleden (zn.) ‘de tijd die voorbij is’ in 't Verleden blijft mij bij [1815; iWNT].
Verl.deelw., resp. het zelfstandig gebruikte verl.deelw. van mnl. verliden ‘voorbijgaan’, dat in andere vormen minder frequent is, bijv. in Eer dese weke sal verliden al ‘voordat deze week helemaal voorbij zal zijn’ [1300-50; MNW-R]. Dit is een afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub a en d) van mnl. liden in de betekenis ‘weggaan’, zie → lijden. In de ruimtelijke betekenis is het werkwoord al ouder: onl. farlithon (glosse) ‘zij gingen voorbij’ [10e eeuw; W.Ps.]. In het verleden werden als bn. en zn. ook voorleden gebruikt, eigenlijk het verl.deelw. van mnl. voreliden ‘voorbijgaan’. Voorleden als zn. ‘verleden’ is ouder dan verleden bijv. in Vorst Carel sal van daegh misschien meer sijn tevreden ... als hy oyt in 't voorleden ... was [1688; WNT voorleden II]. De twee vormen voorleden en verleden hebben lang door elkaar gelopen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verleden* [verdrieten] {verle(e)den, verleiden, verleen [onaangenaam voor iem. zijn, tegenstaan, kwellen, beschuldigen] 1265-1270} samenstelling van ver- + middelnederlands leden [leed doen], van lede, leide, lee [leed, verdriet].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verleden bnw., eig. deelw. van mnl. verlîden ‘voorbijgaan’, samenstelling van lijden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verleden bnw. Deelw. van mnl. verlîden “voorbijgaan”, een ook onfr. mhd. os. samenst. van germ. *lîþanan “gaan, voorbijgaan”; zie lijden.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

verleden bijv., is verl.deelw. van verlijden = voorbijgaan (z. lijden).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

verleie (bn.) vorig, afgelopen; Vreugmiddelnederlands verleden <1285>.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

verlee bw.: onlangs. Door d-syncope uit verleden.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

verlede b.nw., s.nw.
1. Vroeër, wat verby is, of tydperk wat verby is. 2. Dit wat vroeër gebeur het en daarby hoort.
Uit Ndl. verleden (al Mnl. in bet. 1 as b.nw., 1818 in bet. 1 as s.nw., 1503 in bet. 2), 'n afleiding van verlijden 'verbygaan, verstryk'.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

verle’den bw., laatst, onlangs. De motor is al zo oud en ze hebben er geen onderdelen meer voor. Ik heb verleden de laatste belt* bij Surmacgekocht (B. Ooft 1969: 34). - Etym.: In AN veroud.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Verleden (verleden week; het verledene), van verlijden, waarin ver = over (zie Verdrag) en lijden = gaan; vgl. „vergangen” week = verleden week. Zie Overlijden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verleden ‘vroeger, vorig, onlangs’ -> Fries ferleden ‘vroeger, vorig, onlangs’; Deens forleden ‘enkele dagen geleden’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forleden ‘jongstleden, onlangs’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands verleeden ‘onlangs, een paar dagen geleden’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal