Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verklappen - (vertellen wat geheim moest blijven)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

verklappen ww. ‘vertellen wat geheim moest blijven’
Mnl. verclappen ‘zich laten ontvallen, geheimen vertellen’ in wiuen ... Die so rasch sijn van haren tongen, Dat si verclappen al dat si weten ‘vrouwen die zo rad van tong zijn dat ze zich alles laten ontvallen wat ze weten’ [1290-1310; MNW-R], raet dien hi verclappen kan ‘een geheim dat hij kan doorvertellen’ [1350-1400; MNW]; vnnl. verclappen, verklappen ‘teveel zeggen, zich verspreken’ in Hy heeft hem seluen verclapt [1545; WNT], verklappen ‘zijn tong voorbijpraten’ [1599; Kil.] ‘al kletsend verspillen’ in wy souwen ons tijd hier wel verclappen [1617; WNT]; nnl. verklappen ‘verraden, verklikken’ in Uw losse tong verklapt 't geen vele Jaren zwegen [1749; WNT].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub c) van → klappen, dat in het Middelnederlands en nog altijd in het BN, de betekenis ‘babbelen, kletsen’ heeft en in het Vroegnieuwnederlands daarnaast de betekenis ‘doorvertellen’ krijgt, zoals die nog voorkomt in de uitdrukkingen uit de school klappen en uit de biecht klappen, beide ‘iets bekendmaken wat geheim had moeten blijven’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verklappen* [vertellen wat geheim had moeten blijven] {verclappen [verklappen, oververtellen, ook: door babbelen zichzelf verraden of nadeel berokkenen] 1300} van ver- + klappen [praten].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verklappen ww., mnl. verklappen ‘oververtellen, verraden’, Kiliaen ‘door babbelen zich zelf verraden of nadeel berokkenen’, een samenstelling van klappen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verklappen ww., bij Kil. = “door babbelen zich zelf verraden of nadeel berokkenen”, mnl. = “oververtellen, verklappen”. Van klappen “babbelen”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

verklap ww.
Oorvertel.
Uit Ndl. verklappen (al Mnl.), 'n afleiding met ver- van klappen 'praat, babbel'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verklappen ‘vertellen wat geheim had moeten blijven’ -> Vastelands-Noord-Fries ferklape ‘vertellen wat geheim had moeten blijven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verklappen* vertellen wat geheim had moeten blijven 1300 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal