Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verblinden - (voor een ogenblik blind maken; misleiden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

verblinden ww. ‘voor een ogenblik blind maken; misleiden’
Mnl. verblinden ‘blind maken’ [1240; Bern.], ‘in zedelijk opzicht blind maken’ in hi van herte was verblintd [1276-1300; CG II], geen gelt nemen noch giften, want die ghiften verblinden die ogen der wiser menschen [1458; MNW-P]; vnnl. ook ‘misleiden’ in Laet u oock niet meer verblinden van ... ‘laat u niet misleiden door ...’ [1568; WNT], ‘tijdelijk het zien onmogelijk maken’ in De stralen deser Sonn' ... hebben (my) gants verblindt [1616; WNT].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub e) van → blind.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

blind I bnw., mnl. blint (d) “blind, ondoorschijnend” (en overdrachtelijk). = ohd. blint (nhd. blind), os. ofri. ags. (eng.) blind, on. blindr, got. blinds “blind”, in sommige talen ook “donker, ondoorschijnend” en in verschillende overdracht. bett. Hierbij een ablautend factitivum germ. *blanðianan (vgl. dopen naast diep), mnl. blenden, ohd. blenten (nhd. blenden), mnd. blenden, ofri. blenda, ags. blendan “blind maken”. Got. gablindjan “id.” komt direct van blinda-, evenzoo met ander formans ofri. blindia, ags. forblindian “id.”. Mnl. mnd. (ver)blinden (nnl. verblinden) kan ook een jongere vervorming van blenden naar blind zijn; dial. ontstond i vóór nd ook klankwettig uit e. Schwundstufe hebben on. blundr m. “sluimering”, blunda “de oogen sluiten”, meng. blondren “verwarren, in den blinde handelen”, eng. to blunder “een bok schieten”. Niettegenstaande de afwijkende bet. is ook mnl. blanden, ohd. blantan, os. ags. blandan, on. blanda, got. blandan “mengen” verwant. De oorspr. beteekenissfeer van den idg. wortel zal wezen “vaag, verward, duister zijn”. Buiten ’t Germ. vgl. obg. blędą. blęsti “dwalen, porneíeinblądŭporneía”, lit. blį́sta, blį́sti “donker worden”, blandýti akìs “de oogen sluiten”. Hoogerop heeft men o.a. aan verwantschap met gr. mélas ”zwarť (zie blauw) gedacht. Dit is niet wsch. Wel kan de idg. anlaut ml- geweest zijn, maar dan is eer lett. maldît “dwalen” verwant. Zie nog blond.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verblinden ‘beletten te zien; het beoordelingsvermogen aantasten’ -> Deens forblinde ‘beletten te zien; het beoordelingsvermogen aantasten’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors forblinde ‘beletten te zien; het beoordelingsvermogen aantasten’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands verblend ‘beletten te zien; het beoordelingsvermogen aantasten’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal