Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

varen - (vreemd voorkomen)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

varen 3 ono.w. (schrik aanjagen, vreemd voorkomen), Mnl. id., Onfra. fêrron = verbazen, Os. fâron + Ohd. fârên = belagen, Ofri. bang maken, On. fǽra = schade toebrengen: bij vaar 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

varen 1, ww.: vreemd zijn, tegenvallen. Mnl. varen ‘vrezen, onp. onaangenaam aandoen’, Vnnl. varen, verdrieten ‘ennuyer’ (Lambrecht), vaeren ‘vrezen, vervelen’ (Kiliaan). Os. fâron ‘bespieden’, Oe. fæ^ran ‘bang maken’, E. to fear ‘vrezen’, Ohd. fârên ‘belagen’, Mhd., Mnd. vâren ‘belagen, vrezen’, On. færa ‘schade toebrengen’, Got. ferja ‘belager’, verwant met Lat. periculum ‘gevaar’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

varen, voren, ww.: vreemd zijn, tegenvallen. Mnl. varen ‘vrezen, onp. onaangenaam aandoen’, Vnnl. varen, verdrieten ‘ennuyer’ (Lambrecht), vaeren ‘vrezen, vervelen’ (Kiliaan). Os. fâron ‘bespieden’, Oe. fæ^ran ‘bang maken’, E. to fear ‘vrezen’, Ohd. fârên ‘belagen’, Mhd., Mnd. vâren ‘belagen, vrezen’, On. færa ‘schade toebrengen’, Got. ferja ‘belager’, verwant met Lat. periculum ‘gevaar’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

varen ww.: vreemd zijn, tegenvallen. Vooral Vl. Mnl. varen ‘vrezen, onaangenaam aandoen’, Vnnl. varen, verdrieten ‘ennuyer’ (Lambrecht), vaeren ‘vrezen, vervelen’ (Kiliaan). Os. fâron ‘bespieden’, Oe. fæ̂ran ‘bang maken’, E. to fear ‘vrezen’, Ohd. fârên ‘belagen’, Mhd., Mnd. vâren ‘belagen, vrezen’, On. færa ‘schade toebrengen’, Got. ferja ‘belager’, verwant met Lat. periculum ‘gevaar’.

vezen, fezen ww.: tegenvallen. Dat zal ’n vezen is volkomen synoniem met dat zal ’m varen. Vermoedelijk door assimilatie rz > z < veerzen, afl. op -zen van veren, ar/er-variant van varen (vgl. paard/peerd). Voor veerzen, vgl. Wvl. nazen < naarzen ‘naderen’, meerzen < meren ‘vermeerderen’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

varen (B, E, G, ZO, ZV), ww.: vreemd zijn, tegenvallen. Mnl. varen 'vrezen, onp. onaangenaam aandoen', Vnnl. varen, verdrieten 'ennuyer' (Lambrecht), vaeren 'vrezen, vervelen' (Kiliaan). Os. fâron 'bespieden', Oe. fæ^ran 'bang maken', E. to fear 'vrezen', Ohd. fârên 'belagen', Mhd., Mnd. vâren 'belagen, vrezen', On. færa 'schade toebrengen', Got. ferja 'belager', verwant met Lat. periculum 'gevaar'.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

varen III, vaoren vreemd zijn. onwennig zijn (Zuid-Nederland). = eng. fear ‘vrezen’ ~ mnl. vaer ‘vrees’, nl. onvervaard, gevaar, got. ferja ‘belager’, lat. periculum ‘gevaar’, lat. experimentum ‘onderzoek’, gr. peĩra ‘poging’, arm. phorj ‘poging’. Betekenisontwikkeling: ‘proberen’ › ‘riskeren’ › ‘gevaar’ › ‘vrees’ › ‘onwennig zijn’.
IEW 818, WNT XVIII 542, Van de Water 143.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

varen, va(ar)zen (P), onp. ww.: vreemd zijn, tegenvallen. Mnl. varen ‘vrezen; onp. onaangenaam aandoen’, Vroegnnl. varen, verdrieten ennuyer’ (Lambrecht), vaeren ‘metuere, timere’, ‘taedere, desuetudine affici’ (Kiliaan). Os. fâron ‘bespieden’, Oe. færan ‘bang maken’, E. to fear ‘vrezen’, Ohd. fârên ‘belagen’, Mhd., Mnd. varen ‘belagen, vrezen’, On. fœra ‘schade toebrengen’, Got. ferja ‘belager’, verwant met Lat. periculum ‘gevaar’. De var. vaarzen met s-infix, vgl. klaarzen < klaren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal