Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

valide - (geldig, gezond)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

valide bn. ‘geldig, gezond’
Vnnl. valide ‘geldig, rechtsgeldig’ in valide passeren ‘rechtsgeldig bekrachtigen’ [1545; iWNT anders], valide ‘gezond, krachtig’ [1668; iWNT]; nnl. valiede armen ‘arme mensen, tot werken in staat’ [1852; iWNT], een valide argument ‘een geldig argument’ [1974; Koenen].
Ontleend, mogelijk via Frans valide ‘geldig’ [ca. 1570; Rey], eerder al ‘gezond’ [1528; Rey], aan middeleeuws Latijn validus ‘legitiem, geldig’ [506-38; Niermeyer] < Latijn validus ‘sterk, gezond’, een afleiding van valēre, zie → valentie.
De betekenis ‘gezond, in staat tot werken e.d.’ wordt in het algemeen maar weinig gebruikt, maar onder invloed van → invalide ‘persoon met een functionele beperking of een functioneel gebrek’ komen nog wel de eufemismen mindervalide ‘id.’ (verplicht ... een zeker aantal minder-valide arbeidskrachten in dienst te nemen [1950; iWNT]) en andersvalide [2005; Van Dale] voor.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

valide [gezond, geldig] {1668 als ‘sterk’; als ‘geldig’ 1824} < frans valide < latijn validus [krachtig, gezond], van valēre [sterk zijn] (vgl. valabel).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

valide gezond 1668 [Koerbagh] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal