Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Utrecht - (geografische naam)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1989), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 1e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Utrecht [geogr.] samengesteld uit uut [uit], d.w.z. lager gelegen, want in het lat. vertaald als inferius + Trecht < lat. Traiectum [overgang (over de Kromme Rijn)] traject; de naam Utrecht sloeg op de jongere vestigingen die bij het oude Trecht, het bisschoppelijk centrum, werden gebouwd Maastricht

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Utrecht (Utrecht, U)
Ca. 300 kopie 7e, 8e en 10e eeuw Traiecto1, 753 kopie 11e eeuw Treiecto1, 870 kopie ca. 1000 Vttrecht2, 11e eeuw Ulterius Traiectum2, begin 12e eeuw in loco Vultaburch dicto qui nunc Vultraiectum dicitur2, 1122 Inferius Traiectum2, 1186-1201 Utreth2; Lat. Traiectum, bij trâiectus 'overgang, veer', gelegen aan de Oude Rijn, met de toevoeging ut(e) 'uit, buitenwaarts gelegen', mogelijk ter onderscheiding van de eveneens Traiectum geheten plaatsen → Tricht en vooral → Maastricht. De stad is voortgekomen uit een op het huidige Domplein aangelegd Romeins castellum ter bewaking van de noordgrens van het Romeinse rijk. Later werd Utrecht bisschopsstad en geestelijk centrum van deze contreien. Stadsrechten in 1122. Zie ook → †Wiltenburg.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 357, 2Idem 358.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal