Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

universiteit - (instelling voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

universiteit zn. ‘instelling voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek’
Mnl. universiteit ‘hogeschool, universiteit, academie’ in DUniversiteit van Parijs [ca. 1300; MNW], ook wel ‘gezamenlijkheid, geheel’ in de universiteyt of de gemeinheit der dinge [1393-1401; MNW], ‘hogeschool, academie’ in meisteren, doctoren ind clercken der universiteten tot Colnen (Keulen) [1396; MNW], universiteit der stede van Loven (Leuven) [1432; MNW-R]; vnnl. universiteit ‘instelling voor hoger onderwijs’ in tenzy dat hy doctoer oft licentiaet gepromoveert zy in ennige famose universiteyt [1519; WNT].
Ontleend aan een dialectische vorm, zie → -teit, van Frans université ‘gemeenschap van docenten en studenten’ [1246; TLF], eerder al ‘gemeenschap, samenkomst’ [1214; TLF], een geleerde ontlening aan middeleeuws Latijn universitas ‘gemeenschap van studenten en docenten, universiteit’, Laatlatijn ‘collectiviteit, groep, maatschappij, gemeenschap’, klassiek Latijn ūniversitās (genitief úniversitatis) ‘samenstel, geheel’; dat woord is een afleiding van ūniversus ‘gezamenlijk, algemeen, gemeenschappelijk’, zie → universeel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

universiteit [instelling voor wetenschappelijk onderwijs] {1300} < frans université [idem] of direct < latijn universitas (2e nv. universitatis) [de universaliteit van de kerk, een sociale of politieke groep, het corps van docenten en studenten van een universiteit, universiteit], van universus (vgl. universeel).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

universiteit znw. v., sedert Kiliaen in de tegenwoordige bet. en wel uit lat. universitas ‘corporatie van docenten en studenten’ aan een studium generale. In 1393 treedt het woord in de zin van ‘hogeschool’ op in de stichtingsbrief van de universiteit Heidelberg door Ruprecht van de Palts.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

universiteit znw., reeds bij Kil. en mnl. (“het al der dingen” en “hoogeschool”). Internationaal woord, van lat. ûniversitas.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

universiteit s.nw.
Inrigting vir wetenskaplike hoër onderwys.
Uit Ndl. universiteit (al Mnl.). In Mnl. het universiteit ook 'hoërskool' beteken.
Ndl. universiteit uit Fr. université, of direk uit Latyn universitas, universitatis, met lg. van universus 'gesamentlik, geheel, algemeen', 'n samestelling van uni en versus, met uni van unus 'een' en versus van vertere 'in 'n bepaalde rigting wend'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

universiteit: inrigting v. hoër onderwys; Ndl. universiteit, Hd. universität, Eng. university, Fr. université, reeds i. 14e eeu uit Lat. as universitas in bet. “korporasie v. dosente en studente i.v.m. ’n studium generale”, “algemene studie” waaraan alle “nasies” m. behulp v. Lat. as voertaal kon deelneem; v. ook intervarsity.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

universiteit ‘instelling voor wetenschappelijk onderwijs’ -> Indonesisch universitas ‘instelling voor hoger onderwijs’; Negerhollands universitet ‘instelling voor wetenschappelijk onderwijs’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

universiteit. Nadat Indonesië in 1949 onafhankelijk was geworden, wilde men graag iets doen aan het grote aantal Nederlandse leenwoorden, zodat de onafhankelijkheid ook in de taal tot uiting kwam. Omdat het niet altijd eenvoudig was de Nederlandse leenwoorden door eigen woorden te vervangen, zocht men ook naar andere mogelijkheden om de invloed van het Nederlands te verminderen. Een daarvan was om het achtervoegsel in Nederlandse leenwoorden te vervangen door een niet-Nederlands achtervoegsel. Als gevolg hiervan werd in geleerde Nederlandse leenwoorden het achtervoegsel -teit of -iteit (dat overigens helemaal geen Nederlands achtervoegsel is, maar door het Nederlands is geleend uit het Frans) vervangen door het Latijnse achtervoegsel -tas of -itas. Daarom spreekt men in het Indonesisch van univérsitas 'universiteit' en ook bijvoorbeeld van abnormalitas 'abnormaliteit', absurditas 'absurditeit', afinitas 'affiniteit', fakultas 'faculteit', kuantitas 'kwantiteit', kualitas 'kwaliteit', obyéktivitas 'objectiviteit', spontanitas 'spontaniteit' en stabilitas 'stabiliteit'.

Een ander achtervoegsel dat werd vervangen was -il, teruggaand op het Nederlandse -eel (opnieuw een achtervoegsel dat het Nederlands oorspronkelijk had geleend uit het Frans). Woorden die in het Indonesisch uitgingen op -il, kregen nu het achtervoegsel -al, zoals in het Engels. Vandaar dat men tegenwoordig in het Indonesisch émosional, fundaméntal, intéléktual en tradisional vindt; vroeger sprak men van émosionil, findaméntil, intéléktuil en tradisionil. Terwijl het achtervoegsel -teit in alle gevallen is vervangen door -tas, komen afleidingen op -il in de woordenboeken nog wel voor naast die op -al, maar sinds ongeveer 1980, toen er taalafspraken met de voormalige Britse kolonie Maleisië zijn gemaakt, heeft -al het vroegere -il formeel verdrongen.

Het vervangen van Nederlandse door Latijnse achtervoegsels had dus een taalpolitiek doel: hierdoor kregen de woorden een minder Nederlands uiterlijk. Dergelijke veranderingen zijn voor latere etymologen lelijke instinkers...

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

universiteit instelling voor wetenschappelijk onderwijs 1300 [MNW] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal