Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

trottoir - (verhoogde openbare wandelstrook naast de rijbaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

trottoir zn. ‘verhoogde openbare wandelstrook naast de rijbaan’
Nnl. trottoir ‘wandelstrook’ in De brede en met goede trottoirs voorziene straten (mv.) [1799; iWNT].
Ontleend aan Frans trottoir ‘id.’ [1660; Rey], ouder trouttouer ‘id.’ [1625; Rey] en Middelfrans sur le trottouer ‘in de publieke aandacht’ [1577; Rey]. Het Franse woord is afgeleid van Oudfrans trotter ‘draven, lopen’ [ca. 1130; Rey], dat ontleend is aan Frankisch *trotton of Middelhoogduits trotten, een intensiefvorm bij de stam van → treden. Zie ook → globetrotter.
Oorspr. bestond er een betekenisverschil met → stoep, een woord dat de ‘private strook langs de gevel’ aanduidde, maar dit verschil bestaat in het gangbare spraakgebruik niet meer.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

trottoir [stoep] {1799} < frans trottoir, van trotter [draven, tippelen] < oudhoogduits trotton [treden] (vgl. treden, tred).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

trottoir (zn.) stoep; Nuinederlands trottoir <1799> < Frans trottoir.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

trot’toir (het, -s), (ook:) ongeplaveide, hogere strook grond langs een rijweg met het karakter van een AN trottoir of van een zijberm. Toen ze acht was, liep ze ook in het gras van de trottoirs, haar boeken en schriften onder haar arm, haar neus dichtgeknepen als er een bus voorbijreed (Vianen 1971: 117). - Etym.: AN t. = geplaveid en verhoogd voetpad langs rijweg. - Zie ook: berm*, stoep*.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

trottoir (Frans trottoir)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

trottoir ‘stoep’ -> Indonesisch trotoar ‘stoep, geplaveide voetgangersweg’; Madoerees trottowar ‘stoep’; Petjoh tattowaar ‘stoep’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

trottoir stoep 1799 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal