Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

toevlucht - (persoon waar men bescherming of hulp bij zoekt; schuilplaats)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

toevlucht znw., al mnl. = ohd. (vooral Notker) zuofluht (nhd. zuflucht) v., mnd. tóvlucht v. “toevlucht”. Uit toe + vlucht “het vluchten”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

toevlucht ‘persoon waar men bescherming of hulp bij zoekt; schuilplaats’ -> Zweeds tillflykt ‘persoon waar men bescherming of hulp bij zoekt; schuilplaats’ (uit Nederlands of Nederduits).

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal