Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

toen - (op dat ogenblik); (in de tijd dat, terwijl)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

toen bw. ‘op dat ogenblik’; vgw. ‘in de tijd dat, terwijl’
Onl. thuo, tho (bw.) ‘op dat moment’, (vgw.) ‘op het moment dat’ in tho gihelida. ina. use druhtin ‘toen heelde (genas) onze Heer hem’ [891-900; CG II-1, 39], thia ic ne nam thuo fargalt ‘(de dingen) die ik niet heb weggenomen, heb ik toen vergoed’ [10e eeuw; W.Ps.], tho ich hiro gescriphta thurgh suoghta, tho uand ich minen wine ‘toen ik hun geschriften doorzocht, toen vond ik mijn geliefde’ [ca. 1100; Will.]; mnl. doe, doen (bw., vgw.) ‘op dat moment; op het moment dat’ in Want si noch doe ne wiste nit Warumme dat het was geschit ‘zij wist toen nog niet waarom dat was gebeurd’, Doe hi die urowe comen sach ‘toen hij de vrouw zag aankomen’ [beide 1265-70; VMNW], Dit besuec dede doen mijn her wouter ‘mijn heer Wouter bracht toen dit bezoek’ [1271-72; VMNW], -toe in entoe hi kerde van jndia ‘en toen hij terugkeerde uit Indië’ [1287; CG II], Entoe hi ... Dicken aneriep Fransoise name ‘en toen hij Franciscus' dikwijls had aangeroepen’ [1300-50; MNW-R], toen in Toen heeftene verreden Renout ‘toen heeft Reinoud hem verraden’ [1340-60; MNW-R]; vnnl. toen (bw. en vgw.) in Toen si opten velde waren [1526; Liesveldt], De andere landen ..., die nu bedijct sijn, waeren toen ter tijt uytterlanden [1536; iWNT uite-].
De klankwettige vorm van dit woord is eigenlijk *doe < mnl. doe < onl. thuo, dat ontstaan is uit de instrumentalis van het onder → d(i)e besproken aanwijzende voornaamwoord. De nevenvorm mnl. doen is mogelijk ontstaan onder invloed van het bijwoord → dan. In bepaalde vaste verbindingen (na stemloze medeklinker) sprak men de d- uit als t-, i.h.b. in mnl. ende doe(n) ‘en toen’ > enddoe(n) > entoe(n) en in mnl. noch doe ‘toen nog, nog, toen’ > nochtoe, en zie ook → toch. In de geschreven taal is entoe in het Middelnederlands nog zeldzaam, maar vrijstaand toen (bw.) verschijnt toch al in de 14e eeuw. Pas in de 17e eeuw maakt toen snel opmars in de zich in die periode ontwikkelende standaardtaal (Van der Sijs 2004: 521). De nevenvorm toe is in de geschreven taal nooit frequent geweest, maar is wel de gewone vorm geworden in het Afrikaans.
Os. thō, tuo (mnd. ); ohd. duo, ; nfri. doe.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

toen* [destijds, ten tijde dat] {1451-1500} < middelnederlands doen {1330} van middelnederlands doe {1237} met t < d (vgl. fries do); de n is een oude naamvalsvorm (instrumentalis); ablautend bij dan1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

toen bijw. voegw., mnl. toen naast toe. De oudere vormen luiden mnl. doe, doen, fri. , eig. instrumentalis van de pronominaalstam de.

De overgang van d > t in de anlaut, zal het gevolg zijn van zinsandhi, als in een verbinding nochtoe ‘nog’. — De toevoeging van n aan het eind kan onder invloed staan van dan (W. de Vries Ts 41, 1922, 194). — Verkortingen van germ. *pō zijn ofri. thǎ, oe. ðǎ. — Abl. *pē vinden wij in got. ‘des te’. On. þā is ontstaan < *þan.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

toen bijw. voegw., niet bij Kil., wel al mnl. Als bij den spreektaalvorm toe is de t door sandhi uit d (of oudere þ) ontstaan; vgl. mnl. nochtoe “nog” en toch. Zaansch ook doe, evenzoo fri. do, stadfri. doe, mnl. doe, doen. Voor de n vgl. vla. joen “jou”, hd. nun “nu”. = onfr. thuo “tunc”, ohd. dō̆, duo, os. thō̆, thuo “tunc, cum”. Instrumentalis van den bij de besproken stam. In gelijke bet. ofri. thā̆, ags. ðā̆, on. þâ.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

toen. Bij de achtervoeging van -n kan dan invloed hebben gehad. W.de Vries Tschr. 41, 194 vlg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

toen bijw., Mnl. doen, doe, Onfra. thuo, Os. thô + Ohd. duo (Mhd. id.), Ags. , Ofri. thá: versteende naamval van die. De verscherping van d tot t is wel evenals bij toch het gevolg van het enklit. gebruik van het woord.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

doe, bw.: toen. Mnl. doe ‘toen’, Ohd. duo, Onfr., Os. thuo. Het is een oude naamval van de pronominale stam in de, Gr. to.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

doe II, doew toen (Peelland, Limburg). = mnl. doe ‘id.’ = ohgd. duo ‘id.’ = onfr. thuo ‘id.’ ~ de, dat, dan, gr. to ‘het’, oind. tat ‘het’. Nnl. toen kreeg t in de verbinding end(e) doe en n naar analogie van bv. dan.
Roukens krt. 86, Schols/Linssen 143.

toe I toen (Holland). In de verbinding end(e) doe ‘en toen’ ‹ doe II ↑ ‘toen’.
Roeleveld 163.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

toe II: op daardie oomblik; Ndl. toen (Mnl. en dial. toe) wat in Mnl. ontw. het uit entoe uit endoe uit ende doe (vgl. op-en-top); Mnl. doe hou verb. m. dan, Hd. dann/denn, Eng. then, is ’n ou verboë vorm v. de en het v. bw. v. tyd tot voegw. ontw. – slot-n v. toen wsk. na d. vb. v. dan, wsk. ’n ou tydsv. op -n soos by wan II.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

toen ‘bijwoord van tijd’ -> Duits dialect † tuun ‘bijwoord van tijd’; Negerhollands toen, die toen ‘bijwoord van tijd’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

toen* bijwoord van tijd 1451-1500 [MNW]

toen* onderschikkend voegwoord 1636 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal