Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

toast - (geroosterd brood)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

toast zn. ‘geroosterd brood’
Nnl. toast ‘geroosterd brood’ in geroosterd brood, onder den naam van toast bekend [1807; WNT].
Ontleend aan Engels toast ‘bruin gebakken, geroosterd stuk brood’, Middelengels tost [ca. 1400; BDE], afgeleid van het werkwoord tosten ‘roosteren’ [1398; BDE], ontleend aan Oudfrans toster ‘id.’ [eind 10e eeuw; TLF], ontwikkeld uit middeleeuws Latijn tostare ‘id.’ [6e eeuw; FEW], dat is afgeleid van het verl.deelw. tostum van torrēre ‘roosteren, bakken, verzengen’, dat verwant is met → dor.
toastje zn. ‘beschuitachtig baksel’. Nnl. toastje ‘dun beschuitachtig baksel’ in schijfjes worst, toastjes met smeerkaas [1953; Leeuwarder Courant]. Verkleinwoord van toast. Het eerste toastje werd gemaakt door de Franse topkok Auguste Escoffier (1846-1935) die de Australische sopraan Nellie Melba in 1897 verraste met een ultradun getoast broodje, omdat zij op dieet was. Het wordt daarom ook wel Melba-toast genoemd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

toast [heildronk, sneetje brood] {1807 in de betekenis ‘heildronk’; de betekenis ‘sneetje brood’ 1901-1925} < engels toast [idem], van me. frans toster [roosteren] < latijn torrēre (verl. deelw. tostum) [idem]; de betekenis ‘heildronk’ ontwikkelde zich uit die van ‘geroosterd brood’, doordat gekruid geroosterd brood bij en in alcoholische dranken werd gebruikt ter verrijking van de smaak; in overdrachtelijke zin werd de naam van een dame, vervolgens die van wie dan ook, gebruikt om de dronk te kruiden.

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

toast [toost] 1. geroosterd brood, al dan niet fabrieksmatig geproduceerd en speciaal bedoeld om bij feestelijke gelegenheden met lekkers te beleggen, dan vaak: toastje; 2. heildronk. Afgeleid van (1), het stukje toast dat vroeger in Engeland in een drinkkan gedaan werd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

toast ‘heildronk’ -> Indonesisch toos ‘heildronk’.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

toast zn. Ontleend aan het Engels.
Ontvangen suggesties voor Nederlandse benamingen: (heil)dronk

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

toast heildronk 1807 [WNT] <Engels

toast sneetje geroosterd brood 1912 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal