Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tissue - (absorberend doekje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

tissue zn. (NN) ‘absorberend doekje’
Nnl. tissue ‘absorberend doekje of papiertje’ in een paar velletjes toilet-tissue [1963; Leeuwarder Courant], een vochtige prop tissue-papier [1964; Leeuwarder Courant], na het aanbrengen van de lippenstift drukt men de lippen op een tissue [1965; Leeuwarder Courant], tissue ‘papieren zakdoekje’ [1982; Reinsma 1984].
Ontleend aan Engels tissue ‘soort papier’ [1780; OED], eerder al ‘weefsel’ [1565; BDE], ouder tyssew ‘band van kostbaar weefsel’ [1385; BDE], dat ontleend is aan Frans tissu ‘weefsel, doek’ [1549; TLF], eerder al ‘band, lint, gordel van geweven materiaal’ [1175; Rey]. Dit is het verl.deelw. van tistre ‘weven’, ontwikkeld uit Latijn texere ‘weven’, zie → textiel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

tissue s.nw. (geselstaal)
Sneesdoekie.
Uit Eng. tissue (1929).
Eng. tissue uit Fr. tissu, die verlede dw., maar later as s.nw. gebruik, van tisser 'weef', met lg. uit Latyn texere 'weef'.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

tis’sue (de), tis’suepapier (het), (uitspr. E: tis’sjoe), dik vloeipapier (waarvan bijv. servetjes en zakdoeken gemaakt worden). Crêpe papier die je bij haast elke boekhandel kan kopen is erg geschikt voor het maken van bloemen. Met tissue papier (papieren zakdoeken bijv.) kan je goed bladeren maken (A&P 1980b: 53). - Etym.: E t. = id. AN t. = papieren zakdoekje. - Samenst.: keukentissue*.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tissue (Engels tissue)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

tissue [tisjoe] {weefsel} 1. dun, zacht, absorberend papieren zakdoekje (o.a. om make-up te verwijderen); 2. als voorvoegsel om aan te geven dat het om zacht, goed absorberend papier gaat, bijv: tissuetoiletpapier.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tissue ‘absorberend papieren doekje’ -> Indonesisch tisu ‘absorberend papieren doekje’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

tissue zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = zakdoekje, vloeipapier, keukenpapier, slorpdoekje, verzorgingsdoekje, snottebelletje. Bij de psychotherapeut staan standaard papieren zakdoekjes op tafel.
[alg.] = motief, haakje, aanhaker. Het lied 'Mien waar is mijn feestneus' is een succes dankzij het motief 'Mien waar is mijn feestneus'.

tissue- samenst. Ontleend aan het Engels.
= dubbelzacht-, zijdezacht-.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tissue absorberend doekje 1984 [R84] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal