Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

thans - (nu)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

thans bw. ‘nu’
Mnl. tehant, tehants, tehans, thans ‘aanstonds, dadelijk, onmiddellijk; nu’ in hi doese tehant orconscepe draghen ‘hij laat ze onmiddellijk getuigenis afleggen’ [1237; VMNW], inde dan so sprinkt die nagel te hants vot ‘en vervolgens springt de pin er direct uit’ [1270-90; VMNW], Tehans doend wijf die stimme vt gaf ‘zodra de vrouw haar stem liet horen’ [1276-1300; VMNW], nv so geue ic v den coere ende legh v thehant hier twe dinc vore ‘ik geef u nu de keuze en leg u hier thans twee mogelijkheden voor’ [1276-1300; VMNW], Hi gegreep thans dat paerd ‘hij pakte onmiddellijk het paard’ [1300-50; MNW-R], Si hebben heme verwonnen tlant Soe dat hi keyser es te hant ‘ze hebben voor hem dat land veroverd, zodat hij nu keizer is’ [1340-60; MNW-R].
Gevormd uit → te 1 ‘op, in, enz.’ en de datief van het zn.hand. Al vroeg ook al met toevoeging van een bijwoordelijke -s (zie → -s 2).
Mnd. tohant, tohandes ‘aanstonds’; mhd. zehant ‘id.’.
Hierbij geldt hand als het zinnebeeld van nabijheid, eerst in ruimte, vervolgens bij uitbreiding ook in tijd. Vergelijkbare hedendaagse uitdrukkingen zijn (iets) bij de hand hebben ‘onder handbereik hebben’, (iets) van de hand doen ‘weggooien, afdanken’, op handen zijn ‘binnenkort plaatsvinden’, naderhand ‘enige tijd later’. Zie ook → althans.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

thans* [nu] {tehant [aanstonds, zo even] 1237, te hands 1285, thans 1375} van te + hand en het bijwoorden vormende achtervoegsel s, waarin te [bij], dus vlak bij of voor de hand.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

thans bijw., mnl. thans naast thant, thanden < te hants ‘terstond, thans’, eig. ‘bij de hand’; zo ook mnd. tohant, tohandes, mhd. zehant. — Zie: althans.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

thans bijw., reeds mnl. De vollere vorm is mnl. tehants “terstond, thans, nu”. Met bijwoordelijke s van tehant (naast tehande, -en) “id.”. Uit te + hand, letterlijk = “bij de hand”. = mhd. zehant, mnd. tohant, tohandes “aanstonds”. Zie althans.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

thans bijw., Mnl. id., met adverbiale s, uit te-hand d.i. bij de hand.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tans bw.
Nou, op die oomblik.
Uit Ndl. thans (al Mnl.). Ndl. thans (1375) uit ouer te hands (1285) uit te hand (1237), dus oorspr. te hand met byw. -s, lett. 'by die hand', maar steeds om tyd aan te dui. Die h in die Ndl. spelling word alleen om historiese redes nog geskryf.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

thans bw., (normaal in spreektaal) nu, tegenwoordig. - Etym.: In AN alleen in schrijftaal en zeer formele spreektaal.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

tans: nou, op d. oomblik; Ndl. thans (Mnl. t(e)hande/t(e)hant/tehand(e)s/t(e)hants/thans, uit te en hand/hant met of sonder byw. -s); die h word alleen om hist. redes nog geskrywe, vgl. Mnl. stappans v. staphands (soos by Kil).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Thans, staat voor: te hand (met bijw. s), d.i. bij de hand, dus: dichtbij (van tijdsbegrippen); vgl. heinde voor plaatsbegrip. Vgl. ’t Mnl.: „Die hertoghe werd te hant sere vervaert.”

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

thans* bijwoord van tijd: nu 1435 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal