Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

textiel - (geweven stof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

textiel zn. ‘geweven stof’
Nnl. textiel eerst als bn. ‘inzake het weven’ in de textiele industrie [1885; WNT vaart I], het zn. textiel ‘geweven stof’ eerst in samenstellingen zoals de textiel-industrie, de vervaardiging van geweven stoffen [1886; Archief Eemland], textielfabrikant [1914; WNT], dan als simplex textiel ‘de textielnijverheid’ in belangrijke orders ... zooals dat voor de textiel in Lancashire reeds te bemerken valt [1935; Groene Amsterdammer], ‘geweven stof(fen)’ in niet genoeg ijzer meer, noch koper, nikkel, textiel [1937; Groene Amsterdammer], het bleken van textiel of papier [1948; WNT], ook wel ‘kleding’ in zonder textiel [1959; WNT], textiel is mode [1974; WNT].
Ontleend via Frans textile ‘weefsel, geweven stof’ [1872; TLF] aan Latijn textilis ‘weefsel, doek’, zelfstandig gebruik van textilis ‘geweven’, een afleiding van het verl.deelw. van texere ‘weven, vlechten; timmeren’, zie → techniek.
Het bn. textiel ‘inzake weefsel’ verdwijnt in de loop van de 20e eeuw, behalve in de vaste verbinding textiele kunst, bijv. in textiele kunst ... die voortbrengselen, welke tot stand komen door middel van weven, vlechten of knoopen [1925; WNT].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

textiel [stof] {1896} < frans textile [idem] < latijn textile [weefsel, gewaad], als zn. gebruikt o. van textilis [geweven], van texere (verl. deelw. textum) [weven] (vgl. textuur).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tekstiel s.nw.
Geweefde en gespinde stof.
Uit Eng. textile (1656) of Ndl. textiel (1946).
Eng. textile uit Fr. textile. Ndl. textiel uit Fr. textile of uit die Ndl. b.nw. textiel (1896), selfst. gebruik. Fr. textile uit Latyn textile 'weefsel, gewaad' as selfst. gebruik van textilis 'geweefd' van texere, verlede dw. textum, 'weef, vleg'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

textiel ‘geweven stoffen’ -> Papiaments tèkstil ‘geweven stoffen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

textiel geweven stoffen 1896 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal