Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tersluiks - (heimelijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

tersluiks bw. ‘heimelijk’
Vnnl. ter sluyck ‘heimelijk’ in werdt sijn Lief ter sluyck betraapt ‘werd zijn geliefde heimelijk betrapt’ [1611; iWNT verklippen], Bij haerlieden bestelde hij ter sluick desen brief ‘hij bezorgde hun heimelijk deze brief’ [1615; iWNT gehouden], met -s in malkander niet dan ter sluiks ... te komen bezoeken [1644; iWNT getrouwd], tersluiks [1839; iWNT gluren], als bn. in die tersluikse, telkens weer afgebroken nadering van bewegingen [1948; iWNT toomeloos].
Gevormd uit de met een lidwoord samengetrokken vorm ter ‘op/in/volgens/door de’ van → te 1 en het nomen actionis van → sluiken ‘heimelijk bemachtigen’, dat buiten deze combinatie met ter niet voorkomt. Later met toevoeging van een bijwoordelijke -s (zie → -s 2).
sluiks bn. ‘heimelijk’. Vnnl. in hare sluikse streken [1689; iWNT sluiken I]. Verkorting van tersluiks.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

tersluiks

Onder tersluiks verstaat men: heimelijk, in het verborgen. Het is een bijwoord dat gevormd is door koppeling van ter (uit te der) met de verbogen naamval sluik en de zogenaamde bijwoordelijke -s. Sluiken is een oud werkwoord dat niet meer gebruikt wordt en vervangen is door smokkelen. Eigenlijk betekende sluiken: met list bemachtigen. In plaats van tersluiks zei men vroeger ook wel: sluiksgewijs. De werkwoorden sluiken en smokkelen betekenen allebei oorspronkelijk: sluipen, zich langzaam en voorzichtig voortbewegen. Verwant zijn het Engelse slug dat zowel: naakte slak als: luiaard betekent en het in de zestiende eeuw gewone bijvoeglijke naamwoord sluik: slap, niet flink dat wij alleen nog kennen in sluik haar.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

sluiken. Ten minste sedert de 17e eeuw.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

tersluiks bw. (ongewoon)
Onderlangs, nie ooglopend nie.
Uit Ndl. tersluiks (1882 - 1884, 1682 in die vorm ter sluik), 'n koppeling van ter (uit te der), die s.nw. sluik en die byw. agterv. -s, met sluik van die verouderde ww. sluiken 'met lig bemagtig, heimlik verwerf'. In Afr. kom sluik, behalwe in tersluiks, alleen nog voor in sluikgoedere en sluikhandel.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal