Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

terecht - (met recht; op de juiste plaats, teruggevonden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

terecht bw. ‘met recht; op de juiste plaats, teruggevonden’
Mnl. terechte ‘met reden; op de juiste wijze’ in magic dan terechte sere Onttreden ende droeue wesen? ‘kan ik dan met reden zeer angstig en verdrietig zijn?’, te rechte wel bedieden Din clerken ‘op de juiste wijze uitleg geven aan de klerken’ [beide 1265-70; VMNW recht I], ‘onmiddellijk’ in diet terechte merken sal ‘die het onmiddellijk zal opmerken’ [beide 1265-70; VMNW], ‘volgens de geldende regels’ in dat icket te rechte sculdich ben te gelden ‘dat ik het volgens de regels verplicht ben te betalen’ [1282-87; VMNW]; vnnl. terecht ‘op de bedoelde weg, op de bedoelde wijze’ in Zoo men met Sweeling niet te rechte raken kan ‘... zijn doel niet kan bereiken’ [1630; iWNT], om weder te recht te geraecken ‘om weer op de juiste koers te komen’ [1646; iWNT], ‘gevonden na zoekgeraakt te zijn geweest’ in te recht brengen [1708; Sewel NE], je ezel is terecht [1875; iWNT wegvluchten].
Gevormd uit → te 1 ‘op, in, volgens enz.’ en het zelfstandig gebruikte bn.recht 1 ‘het juiste, goede, ware’.
De eigenlijke betekenis is dus ‘volgens het juiste’. Bij uitbreiding ontstonden diverse betekenisnuances.
Terecht in de verbindingen terechtstaan (reeds in mnl. dat si sullen staen terechte), terechtstellen e.d. is gevormd met het zn.recht 2 ‘rechtspraak, berechting’ en is dus eigenlijk een ander woord.
terecht bn. ‘gerechtvaardigd’. Nnl. Een terechte opmerking [1967; Onze Taal], men kan niet zeggen: een terechte uitspraak, daad [1971; Onze Taal], Een kleine, maar alleszins terechte overwinning van AZ [1972; Leeuwarder Courant]. Het bijvoeglijk gebruikte bijwoord terecht in de betekenis ‘met reden’. ♦ onterecht bn. ‘ongerechtvaardigd’. Eerst als bijwoord in nnl. omdat ze vreesde (niet onterecht) dat ... [1948; Dagblad voor Amersfoort], dan ook als bn. in de “onterechte” teksten [1965; Leeuwarder Courant], de onterechte demonstratie van eigen weten [1971; Onze Taal]. Gevormd naast de oudere uitdrukking ten onrechte naar analogie van het bijwoord terecht. Het bijvoeglijke gebruik ontwikkelde zich parallel aan dat van terecht.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† terecht bijw., mnl. te rechte. Uit te I + recht II.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

terecht, tenrechte weer teruggevonden (diverse dialecten). Grondbet. ‘op de juiste (plaats)’.
De Bont 1960, 656.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

terecht’ zijn (was, is geweest), terecht kunnen, aan het goede adres zijn. Voor al Uw chinese gerechten bent U bij ons terecht (DWT 27-3-1981, in adv.). - Etym.: AN terecht (bw.) = op de goede, juiste plaats.

Thematische woordenboeken

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

terecht maken, zich: de kleding in orde maken, zich opmaken | Jidd. zich tsoerecht machn < D. sich zurecht machen: zich in orde maken.

— Moeder moet zich nog terecht maken; zo noemen we de ingewikkelde procedure, die een vrouw wel gedwongen is te volgen, wanneer zij ordentelijk voor de dag wil komen. Ze moet eerst haar korset met oogjes en haakjes grendelen; daar kan ze vader niet bij ontberen. Als dan haar rokken stevig zitten, moet hij opnieuw helpen, bij het dichtknopen van de blouse, want die sluit op de rug wel met haakjes, maar niet met oogjes; de naaister heeft er trensjes op gefrunnikt. (MEYER SLUYSER, 1962)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

terecht ‘gegrond, juist, gerechtvaardigd’ -> Negerhollands toerecht ‘gegrond, juist, gerechtvaardigd’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal