Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tempo - (relatieve snelheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

tempo zn. ‘relatieve snelheid’
Vnnl. in den selven tempo ‘in dezelfde tijdseenheid’ [1671; iWNT weder III]; nnl. een zeker “Tempo” ‘een zekere tijdspanne’ [1740; Stammetz/La Bordus], een levendiger “Tempo” ‘een levendiger relatieve snelheid’ [1766; Denker].
Internationaal woord dat ontleend is aan Italiaans tempo ‘muziekmaat’ [voor 1565; DELI], eerder al ‘relatieve snelheid’ [voor 1363; DELI], ‘tijdspanne’ [1300-13; DELI], ontwikkeld uit Latijn tempus ‘(geschikte) tijd, tijdspanne’.
Latijn tempus ‘tijdspanne, maat’ < pie. *temp-os is een afleiding van de wortel *temp- ‘spannen’. Verwant zijn o.a.: Latijn tempus ‘slaap (van het voorhoofd)’ (< ‘gespannen huid’), en misschien templum ‘gewijde ruimte’ (< ‘afgemeten ruimte’, zie → tempel), temperāre ‘maat houden’, zie → temperen; Litouws tem̃pti ‘trekken, strekken’; Tochaars A cämp- ‘kunnen’ (< ‘sterk zijn’ < ‘de krachten aanspannen’).
Lit.: J.L. Stammetz & W. la Bordus (1740), Volkoomen wiskundig woordenboek, Leiden, 79; Denker (1766), De Denker dl.3, Amsterdam, nr.107, 15

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tempo [relatieve snelheid] {1753} < italiaans tempo [tijd, maat, duur, tempo, ritme] < latijn tempus [tijd].

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† tempo znw. o., nnl. Internationaal woord uit it. tempo.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

tempo s.nw.
Tydmaat, snelheid by 'n handeling.
Uit Ndl. tempo (1753).
Ndl. tempo uit It. tempo 'tyd, maat, duur, ritme' uit Latyn tempus 'tyd'.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tempo (Italiaans tempo)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tempo ‘relatieve snelheid’ -> Javaans tèmpo ‘tijd (voor iets); termijn; tijdruimte, uitstel van betaling’; Papiaments tèmpo ‘relatieve snelheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tempo relatieve snelheid 1839 [WNT verkorten] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal