Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-teit - (achtervoegsel, = Frans -té)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

-teit achterv. ter vernederlandsing van Franse woorden op -té
Mnl. in auctoriteit ‘algemene geldigheid’ [1240; Bern.] (zie → autoriteit), triniteit, digniteit, maiesteit, sovereneteit e.a. [alle 13e eeuw; VMNW].
Dit achtervoegsel komt oorspronkelijk alleen voor in Romaanse leenwoorden en correspondeert met Latijn -tās (genitief -tātis) en/of Frans -té. Romaanse erfwoorden gaan gewoonlijk terug op een Latijnse accusatief, in dit geval -tātem > Oudfrans -tet > Nieuwfrans -té (naast bijv. Spaans -dad, -tad, Italiaans -tà, Roemeens -tae). De correspondentie van Latijn -tas met Oudfrans -tet > -té gold ook voor leenwoorden, bijv. trinité ‘drie-eenheid’ en dignité ‘waardigheid’. In Noord-Franse dialecten, o.a. het Oost-Picardisch, het Waals en het Lotharings, werd Latijn -tatem met een diftong gerealiseerd en bleef ook de tweede t behouden. Veel van de oudste Nederlandse woorden op -teit zullen dan ook rechtstreeks ontleend zijn aan een Noord-Frans dialect. Zo nu en dan komt ook nog mnl. -tet voor, maar de directe correspondentie van Latijn -tas en Frans -tet > -té met Nederlands -teit werd al gauw systematisch toegepast: ook christelijk Latijnse leenwoorden op -tas kregen in het Middelnederlands direct -teit, bijv. triniteit en digniteit. Bij alle latere Franse leenwoorden werd Frans -té in het Nederlands eveneens steeds vervangen door -teit, bijv. in → universiteit [ca. 1300]. Inmiddels wordt het achtervoegsel ook gecombineerd met erfwoorden, vergelijk flauwiteit, gemeniteit, stommiteit.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-teit [achtervoegsel van zn.] {in bv. au(c)toriteit 1201-1250} uit een picardische vorm die correspondeert met frans -té. In het middelnl. overgenomen als -teit en in het nl. productief geworden; in een aantal woorden komt het voor als -iteit, vgl. flauwiteit.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-teit (Picardische vorm van Frans -té)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

-teit ‘achtervoegsel waarmee een zelfstandig naamwoord wordt gevormd’ -> Indonesisch -tét ‘achtervoegsel waarmee een zelfstandig naamwoord wordt gevormd’; Indonesisch -tas ‘achtervoegsel waarmee een zelfstandig naamwoord wordt gevormd’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal