Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

teckel - (takshond)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

teckel zn. ‘takshond’
Nnl. teckel ‘zekere hond’ [1910; Kramers II], in Weggeloopen: een rood-bruin teckel teefje [1918; NRC], Gevraagd: een Teckel (Teef), zwart of lichtbruin [1921; Vaderland].
Ontleend aan Nederduits Teckel ‘takshond’ [18e eeuw; Kluge]. Deze vorm is evenals de Zuid-Duitse vormen Dackel [19e eeuw; Kluge], Dächsel [begin 18e eeuw; Pfeifer] ontstaan als kooswoord met verkleiningsuitgang -el bij de verkorting Dachs, dialectisch Tachs, van Dachshund, ‘takshond’ [15e eeuw; Kluge], zie → dashond en zie ook → taks 2 ‘teckel’. De in het Noord-Duits ongebruikelijke verkleiningsuitgang -el en de -e- zijn volgens Pfeifer moeilijk te verklaren; Kluge wijst erop dat ongebruikelijke klanken en uitgangen zich bij koosvormen vaak voordoen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

teckel [dashond] {na 1950} < hoogduits Teckel < nederduits Teckel, naast normaal Dackel, Deckel (vgl. das2).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

teckel (Duits Teckel)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

teckel hondensoort 1940 [Toepoel, Hondenenc.] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal