Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tasjesdief - (iemand die tasjes rooft)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

tasjesdief, -rover, iemand die vrouwen van hun handtas berooft.

De tasjesdieven verplaatsen zich tegenwoordig per skateboard en de Zuidfranse horeca paart de dienstbaarheid van Moskou aan de prijzen van Manhattan. (NRC Handelsblad, 11/05/90)
Intussen dijde de onderkant van de criminele hiërarchie uit; de souteneurs, tasjesdieven, overvallers, kleine handelaars in drugs en joyriders hadden vrij spel. (Elsevier, 11/01/97)
Testa wil, nee, smeekt om tourniquettes bij de metrostations: ijzeren draaihekjes die alleen opengaan met zo’n kaartje. Tachtig procent van de rotzooitrappers, de junks, de tasjesrovers heeft er dan geen zin meer in. (Trouw, 28/03/97)
De tasjesrover werd in Rijswijk in de kraag gevat toen hij een 83-jarige vrouw wilde beroven. (NRC Handelsblad, 18/07/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal