Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tas - (aambeeld)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tas 3 znw. m., ‘handaanbeeld’, eerst nnl. < fra. tas ook ‘instrument om knopen te maken’, waarschijnlijk te verbinden met zuidfra. tascun ‘pin aan de ploeg’, catal. tascó ‘wig om hout te splijten’ < gall. tasca ‘nagel, pin, wig’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tas III (handaanbeeld), nog niet bij Kil. < fr. tas “id., instrument om knoopen te maken”; verschillend verklaard.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tas 4 m. (aanbeeld), uit Fr. tas, opgemaakt uit tasseau, dat met It. tassello, van Lat. taxillum (-us) = blok, teerling, verwant met talus en temo (z. talaan en dissel 2).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal