Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tas - (kopje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

tas 2 zn. (dial. en BN) ‘kopje’
Nnl. tas ‘kopje’ in Een tasken thee is te Breda bij den burgerstand even zeer in zwang als een baksken thee of bakje [1836-38; WNT], een paar tassen koffie [1864; WNT], ook ‘kom zonder oor’ in een tas dampende melk [1958; De Clerck 1981].
Ontleend aan Frans tasse ‘kop, kom, drinkgerei’ [1360-68; TLF], dat via middeleeuws Latijn tassia [1274; Du Cange], tassa, [1337; Du Cange], ontleend is aan Arabisch ṭāsa, ṭassa ‘beker, kopje, kom’; dat woord is zelf mogelijk ontleend aan een andere oosterse taal, bijv. aan Perzisch tast ‘kopje, kom, schoteltje’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tas4 [kopje] {1836-1838} < frans tasse [idem], italiaans tazza, provençaals tassa, spaans taza < arabisch ṭāsa [drinkschaaltje] < perzisch tasht [schaal]. In de betekenis ‘aambeeldje dat in een bankschroef kan worden geplaatst’ is het hetzelfde woord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tas 1 v. (kopje), uit Fr. tasse, van Ar. tās, van Perz. tašt, verwant met Lat. testa: cf. kop 2

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

tas (zn.) kopje; Middelnederlands tas <1295> < Frans tasse.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

tas, zn.: kop (met een oor), kopje. Zoals in de meeste BN-dialecten. Ook D. Tasse. Uit Fr. tasse. Zoals It. tazza, Sp. taza < Ar. tâssa.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

tas, zn.: kop (met een oor), kopje. Zoals in de meeste BN-dialecten. Uit Fr. tasse. Zoals It. tazza, Sp. taza < Ar. tâssa.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

tasje, tesje zn. o. dim.: kopje. Dim. van Fr. tasse ‘kopje’ <Ar. tâssa, tass, tâs(a) door de invoer van oosterse aarden schotels.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tas ‘kopje’ (Frans tasse)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tas kopje 1836-1838 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal