Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tapioca - (meel uit cassaveknol)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tapioca [meel uit cassaveknol] {1843} < portugees, spaans tapioca, van tupi tipiok [bezinksel, stolsel], van tipi [bezinksel] + ok [uitpersen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tapioca znw. m., ‘zetmeel uit de wortels van de cassave of yukka’, waarsch. < ne. tapioca = fra. spa. tapioca < tipioka, een woord van de Braziliaanse Guaranen, dat bet. ‘wat overblijft uit het sap van de yucca’ (vgl. ti ‘sap’ en pi ‘voet’); zie Lokotsch, Etym. Wb. der amerik. Wörter 1926, 60.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tapioka s.nw.
Tipe korrelige meel waarvan voedsel en nagereg gemaak word.
Uit Eng. tapioca (1612).
Eng. tapioca uit Port. tapioca uit Brasiliaanse inheemse tale Tupi en Gaurani typyóca, 'n samestelling van ty 'sap', pya 'pit' en oca 'verwyder word'.
Ndl. tapioca (1843).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

tapio’ca (de), tapioca in de vorm van korrels. Door de gomma* op een hete plaat te strooien en voortdurend te roeren, krijgt men ’tapioca’ (Enc.Sur. 114). - Etym.: Ook AN, maar daar ook ’tapioca in de vorm van meel’ (SN gomma*).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

tapioka: setmeel en voedingstof uit maniokwortels; Ndl. tapioca, wsk. uit Eng. tapioca, vgl. Fr. tapioca/tapioka, Port. en Sp. tapioca, uit Tup. typyóca (ty, “sap”, pya, “pit”, oco, “verwyder word”).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tapioca (Spaans tapioca)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tapioca ‘meel uit cassaveknol’ -> Indonesisch tapioka ‘meel uit cassaveknol’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tapioca meel uit cassaveknol 1843 [WNT] <Spaans of Portugees

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal