Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tangens - (verhoudingsgetal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

tangens zn. ‘verhoudingsgetal’
Vnnl. tangens ‘verhoudingsgetal in de meetkunde’ in multipliceert de Sinus vande voorover hellinge des muers ... met de Tangens van de declinatie des muers [1614; WNT vooroverhellen]; nnl. tangens, tangent ‘raaklijn’ in raaklyn of tangent van den cirkel [1790; WNT], ‘verhouding in de trigonometrie’ in Trigonometrische functiën ... sinus, cosinus, tangens, cotangens [1856; WNT cosinus], Rekenliniaal waardoor men na eenige oefening producten, quotiënten, wortels, logarithmen, sinussen en tangenten op eenvoudige wijze kan aflezen [1920; WNT rekenen I].
Internationale wetenschappelijke term, ontleend aan Neolatijn tangens ‘verhoudingsgetal in de trigonometrie’, letterlijk ‘rakend’, teg.deelw. van het klassiek Latijnse ww. tangere ‘aanraken’, verwant met Middelnederduits tacken ‘id.’, zie → takel. Andere woorden die op tangere of afleidingen ervan teruggaan, zijn → contact, → integer, → intact en → tact, en zie ook → taks 1, → taxeren.
De tangens van een hoek is het getal dat de verhouding aangeeft tussen de rechthoekszijde tegenover die hoek en de aanliggende rechtshoekszijde. De cotangens is de tangens van het complement van die hoek.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tangens [meetkundige term] {1740} < modern latijn tangens, eigenlijk het teg. deelw. van latijn tangere [aanraken].

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Tangens (Lat. part. praes. van tangere = raken). Lett. rakend. Als afkorting van linea tangens subst. voor raaklijn. Eerst in de 16e eeuw wordt het woord ook gebruikt voor een goniometrische functie. Deze heette voor dien tijd umbra versa of umbra stans (gedraaide of staande schaduw). Zij werd namelijk beschouwd als de schaduw, die een lichtend punt in het middelpunt van een cirkel van een sinus op de daaraan evenwijdige raaklijn werpt. Dat zij, „gedraaide schaduw” heette, kwam hieruit voort, dat de naam umbra reeds in gebruik was voor de horizontale schaduw, die de zon van een verticaal geplaatste staaf werpt (de cotangens van de hoogte).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tangens ‘verhouding tussen de projecterende loodlijn en de projectie van het ene been van een hoek op het andere’ -> Indonesisch tangén(s) ‘verhouding tussen de projecterende loodlijn en de projectie van het ene been van een hoek op het andere’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tangens getal dat verhouding uitdrukt van rechthoekszijde tegenover die hoek tot de aanliggende rechthoekszijde 1614 [WNT wezen I] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal