Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

surprise - (verrassing, geschenk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

surprise zn. ‘verrassing, geschenk’
Vnnl. eerst in de vorm surprinse ‘iets verrassends, verrassingsaanval’ in off men niet wel een surprinse op ... 's Hertogenbosch ... souden konnen doen [1594; WNT overleggen], surprinse ‘verrassing, de handeling van het verrassen’ [1599; Kil.], ‘verbazing, schrik’ by doleuse surprinse in Zee genomen ‘bij een vooropgezette verrassingsaanval op zee veroverd’ [1665; WNT vindicatie], ‘verrassing’ in tegen alle surprinsen ... een starck garnisoen in te nemen [ca. 1616; WNT], surprise ‘verrassing, verbazing, schrik’ in tot surprise van yder [ca. 1693; WNT]; nnl. ‘op een verrassende manier verpakt geschenk met een bedrieglijk voorkomen, sinterklaasgeschenk’ in een toiletdoosje, zijnde eenen surprise, verbergende ... een fraai bewerkt mandje met bloemen [1831; Leeuwarder Courant].
Ontleend aan Frans surprise ‘onverwacht geschenk’ [1782; Rey], eerder al ‘verrassing, verwondering’ [1549; Rey], ook in de vorm surprinse [1564; Rey], van oorsprong ‘wat daarbovenop wordt gepakt of geheven’ [1294; Rey], eerder al in de vorm sorprise [1160-70; Rey], het zelfstandig gebruikte verl.deelw. van surprendre ‘verrassen, verbazen’ [1130; Rey], gevormd met sur-, zie → super(-), bij prendre ‘nemen’, ontleend aan Latijn prēndere ‘id.’, zie → prijs.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

surprise [verrassing] {surprinse 1599} < frans surprise, eig. het vr. verl. deelw. van surprendre, van sur- [boven] < latijn super [idem] + prendre < latijn prehendere [grijpen]; de oorspr. betekenis van surprise was ‘wat daarenboven wordt gepakt, extra belasting’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

surprise znw. v., eerst nnl. < fra. surprise, deelw. van surprendre ‘verrassen’ < vulg. lat. *superprendere. Kiliaen heeft surprinse, dat uit het ofra. afkomstig is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

surprise znw. Nnl. uit fr. surprise. Bij Kil. in den uit ’t Ofr. afkomstigen vorm surprinse. Vgl. prijs I.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

surpries (zn.) cadeau, verrassing; Nuinederlands surprinse <1599> < Frans surprise.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

surprise (Frans surprise of Engels surprise)
Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

surprise! uitroep Ontleend aan het Engels.
= verrassing!.

surprise- samenst. Ontleend aan het Engels.
= verrassings-.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

surprise verrassing 1599 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal